Sportboek goed antwoord op vervlakking
Door Jurryt van de Vooren
2-2-2006
Tijdens de uitreiking van de Nico Scheepmaker Beker las Marije Randewijk van de Volkskrant een column voor. Zij is winnares van de Hard Gras Prijs voor Beste Sportjournalist van 2005. Randewijk hield een pleidooi voor meer diepgang in de sportjournalistiek, onder meer door het schrijven van boeken. Hier volgt de complete tekst.
Marije Randewijk. Foto van Frank de Munnik
Allereerst wil ik graag kwijt dat ik het een bijzondere eer vind dat ik in dit door mij zeer geachte gezelschap mijn stem mag laten horen. Ik ben van mening dat schrijvers moeten schrijven en niet moeten praten, maar ik heb de uitdaging van de organisatie toch aangenomen.
Ik wil u ook meteen waarschuwen dat dit op deze gezellige avond een serieus betoog zal worden. Dat komt omdat ik, en dat verwijt krijg ik vaak, sport veel te serieus neem.
Sport is de belangrijkste bijzaak in het leven, zei collega Kees Jansma eens. Maar als u er werkelijk zo over had gedacht, zou de lijst met verschenen sportboeken in 2005 dan zo indrukwekkend lang zijn geweest? Dan waren ze niet gegaan over de dood, de nederlaag en vaders en hun zonen, kortom het leven zelf. Dan had niemand bij de jaarwisseling zijn vrouw of man hoeven te beloven in 2006 eens meer tijd voor haar of hem te maken. Hoort dat niet ook bij een boek schrijven? Het
kiss and make up-principe. Sport is als onderwerp gepromoveerd naar de eredivisie.
Ik had dit verhaal graag zo''n drie maanden geleden willen doen bij de uitreiking van de Hard Grasprijs. Maar daar was ik zo overdonderd en van slag door de kussen van Louis van Gaal dat ik niet tot meer in staat was dan wat stamelen met een rood hoofd.
Ik had op die dag graag een groot pleidooi willen houden voor het behoud van het sportverhaal in de traditionele kranten. De schrijvende journalisten hebben het moeilijk. Om in schaatstermen te spreken, we zijn van de 1000 meter teruggegaan naar de 500 meter, waar de 5000 meter het streven was.
In 500 woorden schrijf je geen verhaal, daarin stip je ten hoogste iets aan. Met 1000 woorden begint het ergens op te lijken. Maar wie 5000 ambieert, wordt op zijn redactie een hobbyist genoemd. Het hoeft geen roman te worden hoor!
Waarom schrijven tegenwoordig steeds meer journalisten een boek, wordt mij regelmatig gevraagd. Ja natuurlijk, allereerst omdat uitgeverijen ze de ruimte geven en de markt hebben ontdekt. Maar ook om af te zijn van het gezeur van hun chef dat het allemaal korter moet, dat de lezer bij een krant niet onthaast maar ontleest. Kan er geen kadertje bij het verhaal? Dat is overigens Volkskrant-taal, aan de overkant van de Wibautstraat, bij Trouw, noemen ze dat tegenwoordig
boxjes.
Ze zullen het ontkennen, de leidinggevenden, zeggen dat het niet zo is bedoeld, dat ze slechts het beste met de lezer voor hebben en dat de cijfers voor zich spreken. Als je erop wijst dat de abonnees misschien weglopen omdat je juist kortere verhalen bent gaan plaatsen, heb je sowieso ongelijk. Het is een oneerlijke discussie.
De lezer bepaalt en vindt. Enquêtes zijn hot, en iedereen met een mening moet ruimte krijgen. We proberen elkaar te overschreeuwen. Maar kadertjes, boxjes, bijstukjes, noem het zoals je het noemen wilt, ze trekken onbedoeld de competentie van de journalist en de urgentie van het verhaal in twijfel. Zo voelt het althans. Niet goed genoeg zeker om een pagina lang te boeien?
Bij de Volkskrant vonden ze ruim een jaar geleden sport ineens niet langer de moeite waard om een eigen katern te gunnen. We weten dat het een verkeerde beslissing was. Het wachten is nu op het moment dat iemand het hardop durft te zeggen.
Wie een boek schrijft, mag klein én groot denken. Wie een boek schrijft, koestert het gevoel van vrijheid. Wie een boek schrijft, hoeft niet uit te leggen waarom hij dat doet. Het hoeft niet ophefmakend, opruiend of grensoverschrijdend te zijn.Hij of zij hoeft niet met een grote onthulling te komen om zijn werk te rechtvaardigen. Het is mooi meegenomen voor de verkoop, dat wel. Maar de passie voor het onderwerp, de liefde voor het schrijven en de sport, volstaan als redenen. Winst of verlies van een sportwedstrijd is niet triviaal. Wie goed kijkt en schrijft, ziet er het leven zelf in.
Twee weken geleden vertoefde ik in het Zwitserse Wengen een aantal dagen in het kielzog van de Amerikaanse skiër Bode Miller. Ik vroeg niet om een interview, zou het ook niet hebben gekregen, maar het hoefde niet eens.
Ik las de inleiding van de biografie die hij afgelopen jaar liet schrijven en zegt zelf nooit te zullen lezen, en was zeer onder de indruk.
Go Fast, Be Good, Have Fun, is de inspirende titel. Er bleef geen vraag over die niet werd beantwoord. De rebel bleek na te denken, hard doorgrond hoe het mechanisme werkte en drukte ons met de neus op de feiten.
De inleiding heb ik gekopieerd en aan een aantal collega''s overhandigd. Het is een handleiding voor een iedereen die niet meer weet waarom hij ooit is gaan schrijven.
''Do you know what they want?'', vraagt Miller op pagina twaalf. ''A story, of course. Reporters will tell you that they want information that no other reporter has, and that is why they call it news. I can''t imagine that there''s anything that I care to share with the media that I haven''t already discusses ad nauseam.
Professional sports today are too much about the players and not enough about the game. Reporters are often more interested in what I did the night before a race than in the race itself. Apres ski conferences often remind me of when I was a kid and the ski patrol chased me. The media give me that same eerie sense of being pointlessly pursued by someone who can never really catch me. I''m interesting for all the wrong reasons.
This memoir isn''t a rant about the press but the need for it had its genesis in media coverage that consistently missed the mark. In fairness to the reporters, my story, like everybody else''s, is too complicated to tell in a thousand words, or in ninety seconds.''
Een Amerikaan die voor diepgang pleit, ik was blij verrast. Ik hoop dat Miller vijf gouden olympische medailles wint of zich volgende week terugtrekt van de Olympische Spelen. Het zou principieel zijn.
Ik ga samen met hem graag terug naar de basis. Ik heb waarschijnlijk geen gelijk, praat over dingen waar ik geen verstand van heb. Ik ben maar een simpele romanticus en preek voor eigen parochie.
Ik lees sportboeken met plezier en volle aandacht. En vind er niet een
níet de moeite waard. Ik ben nog jong maar waarschijnlijk toch al van de oude stempel. Misschien moet u mijn zorgen maar niet zo serieus nemen als ik.
Gerelateerde artikelen
Joop Holthausen wint Nico Scheepmaker Beker
De complete uitslag van de Nico Scheepmaker Beker
Voetbaljournalist, dichter, Nico Scheepmaker
Persbericht Nico Scheepmaker Beker
Marije Randewijk is de beste
De beste sportjournalist
Reacties
geplaatst op: 22-11-2007 12:40:23u. | website