Multimediaal

Olympische stadions in de tijd, De Feyenoord sportquiz, Sportnieuws op de kaart, een tag cloud, en het Sportbeeld van de dag archief. Kijk verder »


Sportbeeld van de dag

De macht van de bal - Edwin Schoon



Jan Bos benadeeld door start in buitenbaan 1000 m

18-2-2006

De 1000 meter hardrijden is de meest oneerlijke afstand van het olympische schaatstoernooi. Volgens de Noorse wiskundige Nils Lid Hjort bedraagt het gemiddelde verschil tussen rijders die in de binnen- of de buitenbaan starten 0,1 seconde. Hjort publiceerde zijn bevindingen zaterdagochtend op de Yahoo skate-list. Hjort gebruikte voor zijn onderzoek uitslagen van 1000-meterritten van de wereldkampioenschappen van de afgelopen jaren.

 

Op 22 januari 1995 knalt Gerard Van Velde uit de bocht tijdens de 1000 meter. Buitenbochtprobleempje?

 

Door Marnix Koolhaas

Professor Nils Lid Hjort is een deskundige op het gebied van schaatsstatistiek. In 1994 maakte hij voor het eerst berekeningen over het vermeende verschil tussen een start in de binnen- of de buitenbaan op de 500 meter. Ook toen vond hij een significant verschil ten gunste van de rijders die in de binnenbaan waren gestart.

Op topsnelheid bleek de laatste buitenbaan voor rijders een voordeel op te leveren. Op basis van Hjort''s bevindingen besloot de Internationale Schaats Unie om de 500 meter bij Olympische Spelen (en bij afstandswereldkampioenschappen) voortaan twee keer te laten verrijden: één keer met start in de binnenbaan en één keer met start in de buitenbaan.

Het voordeel dat een rijder op de 1000 meter heeft bij een start in de binnenbaan is anders dan het voordeel bij een start in de binnenbaan op de 500 meter. Doordat rijders op een 1000 meter twee en een half rondje rijden, rijdt de rijder die start in de binnenbaan drie binnenbochten en twee buitenbochten. De rijder die in de buitenbaan start rijdt twee binnenbochten en drie buitenbochten.

Die ongelijkheid heeft twee gevolgen. Door de ongelijke startposities heeft de rijder die in de binnenbaan start vijftien meter extra voordat hij de eerste bocht te verwerken krijgt. Omdat het lastiger wordt geacht om in een bocht te versnellen, is dat een voordeel.

Het tweede voordeel behaalt de rijder die in de binnenbaan start in de laatste bocht. Omdat hij ook in de binnenbaan finisht, heeft hij op de laatste kruising het psychologisch belangrijke voordeel dat hij zijn tegenstander in de rug kijkt en naar hem toe kan rijden. Bovendien hebben rijders vanwege hun na 800 meter redelijk verzuurde benen liever een laatste binnenbocht dan de technisch lastiger geachte lange laatste buitenbocht.

Op de 1000 meter voor heren starten van de kanshebbers Chad Hedrick, Shani Davis, Joey Cheek en Erben Wennemars in de binnenbaan. Dmitrij Dorofejev, Beorn Nijenhuis, Stefan Groothuis en Jan Bos lootten de buitenbaan. Trouwens: Gerard van Velde won in 2002 Olympisch goud op de 1000 meter met een.... laatste binnenbocht!

Subside Sports - Grootste aanbod voetbalshirts

Reacties

arjon: Schaatsers worden geacht in de bocht te versnellen. Het binnen starten op de 1000 m. heeft een psychologisch voordeel doordat je naar je tegenstander toe kan starten. Tevens is de laatste binnenbocht een voordeel omdat je op de kruising naar je tegenstander toe kan rijden (desnoods schuilen) en dan via de korste bocht naar de finish. Een van de reden waarom tijdens sprintkampioenschappen op de 1000 m. een keer binnen en buiten gestart wordt.
geplaatst op: 27-2-2006 11:39:09u.
Erwin de Rooij: Wat denken jullie dat de invloed is van het volgende. Als je in de buitenbaan start dan moet je na 400 meter wanneer je op volle snelheid bent en er toch al wat verzuring begint te komen 2 binnenbochten door trappen. Dit komt zwaarder op je benen aan dan 2 buitenbochten en vereist technisch veel meer. Dat laatste is de reden waarom op de 500m de laatste buitenbocht voordelig wordt geacht Wie goed op gelet heeft is het opgevallen dat sommige schaatsers het daar op de olympische 1000m niet gemakkelijk mee hadden
geplaatst op: 23-2-2006 11:09:51u.
Huub Weijers: Degene die als eerste over de streep gaat wint, en dat zal meestal de "sterkste" zijn,. Maar de parkoersen zijn niet gelijk voor binnen en buiten starters, net als de preciese conditie van het ijs en nog zo wat faktoren, en dat moet een faktor zijn in de eindtijd van een rijder. De enige relevante vraag is hoeveel de externe faktoren van invloed zijn. Het laatste woord zal daarover nog niet gezegd zijn.
geplaatst op: 22-2-2006 22:57:12u.
Marcel Lybrink: Je kan alles nog zo wetenschappelijk beredeneren maar uiteindelijk wint diegene die op het moment van de "waarheid" zowel fysiek als mentaal het sterkste blijkt te zijn, verder geen mitsen en maren. Timmer "chapeau". 8)
geplaatst op: 20-2-2006 3:48:08u. | e-mail
Peter Buijs: Toch jammer dat Timmer met minder dan een tiende verschil van de nr 2 3 heeft gewonnen, die startten beiden namelijk in de binnenbocht, waar timmer in de buitenbocht startte :) Verder vraag ik me ontzettend af of de klapschaats in deze nog wat heeft uitgemaakt :)
geplaatst op: 20-2-2006 1:58:03u.
Jurryt: Wat is vrije associatie toch mooi. Van Bos naar Bos via de p-waarde
geplaatst op: 19-2-2006 12:35:19u. | e-mail | website
Peter de Zee: Eem p-waarde van 0,0001 lijkt mij voor een dergelijk onderzoek alleszins redelijk mits de relatie met de t-significantiewaarde van de tijdens de pauze gebruikte dweil voor minimaal 25 quotient wordt meeberekend. Alleen een dergelijk criterium is een voorwaarde voor een betrouwbaar onderzoek. Tel daarbij op de bonus voor charisma en het kan niet anders of de PvdA wordt de grote overwinnaar bij de gemeenteraadsverkiezingen met natuurlijk als grote leider: W.Bos
geplaatst op: 19-2-2006 12:10:34u.
thijs: jamaar dan had wennemars in de buitenbaan moeten starten doc ;)
geplaatst op: 19-2-2006 11:19:45u.
doc: ckers. en met die 0.1 sec er af voor jan bos zouden er twee nederlanders met brons zijn geweest;)
geplaatst op: 19-2-2006 10:46:23u.
tim: lijkt weer juist kijk maar naar de einduitslag
geplaatst op: 18-2-2006 21:57:17u.
Robert K: En dat voor een dagje werk (waarvan het grootste deel waarschijnlijk het verzamelen en inkloppen van de data was) Wel vind ik dat de dataset redelijk beperkt was (ahoewel een p waarde van 0,001) en je je kan afvragen of dit niet bv afhankelijk van de baan is. Eigenlijk zou je dit moeten overdoen met een grotere dataset en misschien wat andere potentiele verbanden moeten meenemen. Denk aan de dweilpauzes, temparatuur van het ijs, verschillen tussen de banen enz enz. Want +/- 0,1 seconde klinkt wel als een hoop maar is op de 67 seconde die een rit duurt wel erg miniscuul. Twee keer rijden zal dit potentiele probleem inderdaad oplossen maar waarschijnlijk zijn er dus nog vele andere omstandigheden die de eindtijd beinvloeden en het is maar de vraag of d
geplaatst op: 18-2-2006 14:54:01u.


Sportus.nl
Headliner.nl