Zoeken
Nieuwsbrief
Rubrieken
Andere Tijden Sport (28)
Anno en Sportgeschiedenis WK special (5)
Atletiek (351)
Auto- en motorsport (82)
Ballen (28)
Basketbal (56)
Boksen (146)
Bowls (2)
Cricket (20)
Darts (16)
De Klassieker (149)
De verjaardag van Bep van Klaveren (19)
Diversen (17)
EK dagboek (28)
EK voetbal 2008 (67)
Gewichtheffen (12)
Golf (11)
Het ontstaan van de Spelen (38)
Het stadioncomplex (9)
Hockey (61)
Hoe verder met sportgeschiedenis? (15)
Honk- en softbal (25)
Judo (36)
Koningshuis en sport (15)
Lacrosse (5)
Nederlands goud (117)
Nico Scheepmaker Beker (68)
Olympisch Stadion Amsterdam (597)
Olympisch vuur (80)
Olympische Spelen Algemeen (248)
Olympische Winterspelen (232)
Olympische Zomerspelen (860)
Op weg naar Peking (558)
Opmerkelijke sporten (17)
Overig (216)
Paardensport (53)
Roeien (49)
Rugby (27)
Schaatsen (515)
Schermen (14)
Schietsport (11)
Snooker (22)
Sport (niet) in beeld (17)
Sport en politiek (497)
Sport in beeld (630)
Sportboeken (697)
Sportdocumentairefestival (36)
Sportdocumentaires IDFA 2010 (10)
Sportdvd's (38)
Sportjournalistiek (138)
Tennis (91)
Turnen (50)
Vergeten sporthelden (111)
Voetbal (2153)
Volleybal (18)
Wielrennen (730)
Zeilen (25)
Zwemmen (127)
Subside Sports
Casual schoenen
Voetbalkleding
Vakantie Griekenland
Voetbalshirts.com
Fotogeschenken
Teamkleding
Aart Kok Vouwwagens
Combi-Camp Vouwwagens
Sportfashion nieuws
Multimediaal
Olympische stadions in de tijd, De Feyenoord sportquiz, Sportnieuws op de kaart, een tag cloud, en het Sportbeeld van de dag archief. Kijk verder »
De oude Grieken deden niet aan voetbal
Door Patrick Gouw 16-8-2008Het Olympisch voetbalelftal speelt vanmiddag in Shanghai de kwartfinale tegen het Argentinië van Lionel Messi. De antieke Spelen kenden geen teamsporten, laat staan voetbal. Toch slaagde een Duitse geleerde erin een aantal van zijn vakgenoten te doen geloven dat de Grieken het voetbal hadden uitgevonden.
De bestudering van sport in al zijn facetten heeft de laatste decennia een steeds prominentere rol verworven in het wetenschappelijke onderzoek. Bewegingswetenschappers waren er al langer, maar nu lijken ook de sociale wetenschappen de sport definitief als een relevant studieobject te hebben omarmd.
Nederland kreeg de laatste jaren maar liefst drie ‘sporthoogleraren’, terwijl een Groningse vakgroep van economen er deze zomer veel genoegen in schepte om de uitslagen van het EK voetbal en de Olympische Spelen (niet geheel juist) te voorspellen.
Onze suffe collega’s
Ook de sportgeschiedenis heeft een hoge vlucht genomen. Toch heeft die ontwikkeling niet binnen iedere discipline tot evenveel enthousiasme geleid. Neem nu mijn eigen vakgebied, de antieke geschiedenis. Daarin werd lange tijd door veel wetenschappers met een zeker dedain gekeken naar collega’s die zich voor de antieke Olympische Spelen interesseerden. Waarom zou iemand zich met iets basaals als sport bezighouden wanneer je ook – pak hem beet – Plato, Aristoteles of Cicero kunt bestuderen?
Dat onbegrip leidde een tiental jaar geleden tot een hilarisch voorval. Wat was het geval? Een van de meest prestigieuze naslagwerken over de Oudheid is een Duitstalig encyclopedisch werk getiteld Der neue Pauly. Bij iedere nieuwe editie worden vooraanstaande geleerden aangezocht om de duizenden lemma’s bij elkaar te schrijven. In 1996 besloot één van hen, Mischa Meier, een grap uit te halen.
Alles verzonnen
Hij diende een lemma in met als titel Apopudobalia (‘van de voet werpen’). Dit was volgens zijn beschrijving een antieke tak van sport en de voorloper van het moderne voetbal. De sport zou door de Grieken bedacht zijn en vervolgens via de Romeinse legioenen naar Brittannië zijn overgewaaid, waar het in de negentiende eeuw weer werd herontdekt. Om zijn verhaal te staven, haalde hij enkele betrouwbaar klinkende (maar fictieve) antieke bronnen aan.
Geheel volgens de geldende richtlijnen gaf hij onderaan zijn artikel nog enkele verwijzingen naar moderne literatuur over het onderwerp. De fundamentele publicatie stond volgens hem vermeld in een Festschrift, ofwel een soort academische vriendenbundel, dat was gewijd aan een zekere M. Sammer. Die naam deed weliswaar bij geen enkele wetenschapper uit de redactieraad een belletje rinkelen, maar ze namen niet de moeite om een en ander na te gaan. Ze hadden sowieso niet veel interesse in een bijdrage die over sport handelde. Een dergelijk stuk moest er nu eenmaal in van de uitgever en hoe eerder ze ermee klaar waren, hoe beter.
Tot grote verbazing van de auteur merkte tot aan de verschijning niemand zijn onzinverhaal op. Pas toen het werk in enkele tijdschriften werd gerecenseerd, kwam aan het licht dat de redactie de Duitse ex-voetballer Matthias Sammer voor een prominente klassiek historicus had aangezien en dat Meier niet bestaande bronnen had geciteerd. Het betekende een behoorlijk gezichtverlies, want de hilariteit was uiteraard groot. Overigens vatten ze het voorval na enige tijd sportief op, want sinds enkele jaren pronkt het betreffende lemma – heel sympathiek – op de internetsite van Der neue Pauly.




