Multimediaal

Olympische stadions in de tijd, De Feyenoord sportquiz, Sportnieuws op de kaart, een tag cloud, en het Sportbeeld van de dag archief. Kijk verder »


Sportbeeld van de dag

Mountain Dew Boo Johnson



De Japanse schansspringers

Door Frank Grootemaat 22-2-2010

Vandaag wordt het schanstoernooi in Vancouver afgesloten met het teamspringen. In 1994 en 1998 eindigde dit onderdeel spectaculair, met beide keren een huilende Japanner tot gevolg.

Op de Spelen in het Noorse Lillehammer in 1994 was het Japanse team de grote favoriet. Tijdens de eerste serie sprongen maakten de Aziaten dit al redelijk waar. Nadat Jinya Nishikata, Takanobu Okabe, Noriaki Kasai en Masahiko Harada allen één keer door de lucht waren gevlogen stonden ze met een totaal van 492,5 punten slechts één puntje achter Jens Weissflog en de andere drie Duitsers.

De grote deceptie

Met name door twee supersprongen van Nishikata en Okabe (respectievelijk 135 en 133 meter) namen de Japanners de leiding over. Harada had in de laatste sprong genoeg aan 105 meter om de gouden medaille veilig te stellen, een makkie zou je zeggen na zijn 122 meter in de eerste omloop. Maar de medewerker van de ijsfabriek in Hokkaido zette veel te vroeg af en reikte niet verder dan 97,5 meter.

Duitsland won het goud, Japan moest met het zilver genoegen nemen voor de bronzen Oostenrijkers. Het land was in rouw. Sinds de Spelen van 1972 in Sapporo had Japan geen gouden medaille meer behaald bij het schansspringen, en ook nu lukte het niet. De vijfentwintigjarige Harada, een paar weken voor de Spelen overhaast getrouwd omdat zijn vrouw hem anders in Noorwegen niet mocht vergezellen van zijn schoonfamilie, was ontroostbaar.

“Ik heb gewoon geen talent. Ik wilde dat mijn vrouw trots op me kon zijn. Ik wilde mijn ploeggenoten niet in de steek laten, ik mocht mijn land niet teleurstellen”, snikte de schlemiel van de dag.

De herkansing

Vier jaar later volgde de kans op eerherstel. Maar opnieuw bleek het voor Harada moeilijk om twee goede sprongen in een wedstrijd af te leveren. Tijdens het individuele toernooi op de kleine schans stond hij na de eerste serie bovenaan, maar door een matige tweede sprong zakte hij naar de vijfde plaats.

Op de grote schans was dit precies andersom. Na de eerste omloop stond hij ogenschijnlijk te ver van het podium, maar met een sprong van 136 meter, de verste van de dag, pakte hij alsnog het brons. Zijn jonge landgenoot Kazuyoshi Funaki tekende voor het goud op de grote en het zilver op de kleine schans.

Maar het belangrijkste onderdeel moest nog volgen. Het teamspringen in 1998 was voor Japan wat het ijshockey dit toernooi is voor gastland Canada. Weer dreigde de wispelturige Harada het Japanse feestje te verstoren. In de eerste ronde sprongen zijn teamgenoten Okabe, Funaki en Hiroya Saito naar behoren, maar Harada kwam slechts tot een schamele 79,5 meter, de slechtste sprong van de dag.

Halverwege restte dan ook slechts de gedeelde derde plek. Met 449,5 punten stonden de Japanners precies gelijk met de Duitsers, maar wel iets achter op de Oostenrijkers (451,5) en de Noren (450,5).

De sprongen van de vier Japanse helden

Maar in de tweede serie maakte Harada zijn fout goed op de schans in Hakuba. Net als Okabe vloog hij naar 137 meter, de verste sprong van het hele Olympische toernooi. Funaki had vervolgens aan 125 meter genoeg om het Japanse goud veilig te stellen. Voor Duitsland restte dit keer het zilver, Oostenrijk pakte opnieuw brons.

En zo kwam er met de bekende beelden van de huilende Harada een einde aan het schanstoernooi in Nagano:

 

Subside Sports - Grootste aanbod voetbalshirts

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.


Sportus.nl
Headliner.nl