Multimediaal

Olympische stadions in de tijd, De Feyenoord sportquiz, Sportnieuws op de kaart, een tag cloud, en het Sportbeeld van de dag archief. Kijk verder »


Sportbeeld van de dag

Op bezoek bij Pedro Horrillo



Jean Kirchen reed de Tour van 1948

Door Ronnie van den Bogaart 4-12-2010

Afgelopen week overleed de Luxemburgse oud-renner Jean Kirchen, op negentigjarige leeftijd. Hij werd vijfde in de Tour van 1948. De meeste deelnemers aan deze ronde zijn inmiddels overleden. Kirchen maakte dat jaar deel uit van de verder weinig succesvolle ‘Nederlux’-ploeg.

Om maar meteen een voor de hand liggende vraag te beantwoorden: Jean Kirchen is inderdaad familie van de huidige wielerprof Kim Kirchen. We hebben hier zelfs te maken met een heus wielergeslacht. Ene Victor Kirchen reed de Tour in 1925. Jim Kirchen, de broer van Jean, was profrenner. Hun neefje Erny, zelf nog eventjes beroepsrenner in het midden van de jaren zeventig, is dan weer de vader van Kim Kirchen.

‘Wij waren allemaal goden’

De renners die deelnamen aan de Tour van 1948 zijn van een uitstervend ras. In 2003 schreef Benjo Maso met ‘Wij waren allemaal goden’ een uitstekend boek over deze gedenkwaardige ronde. In samenwerking met filmer Erik van Empel, die er een prachtige documentaire over maakte. Gino Bartali, de winnaar van deze Tour, was toen al op een respectabele leeftijd overleden.

In de film kwam wel Briek Schotte aan het woord. De ‘Oer-Flandrien’ bleek na zijn tachtigste nog altijd een onnavolgbare spreker, en bovendien in het bezit van een uitstekend geheugen. Hij stierf in 2004, op de dag van zijn Ronde van Vlaanderen.

Voor het boek (en film) werd nog met een aantal andere oud-renners gesproken. Met de Fransman Lucien Teisseire bijvoorbeeld, de enige die een ontketende Fausto Coppi nog een beetje kon volgen in de eerste naoorlogse Milaan - San Remo. En verder onder meer zijn landgenoot Guy Lapébie, de vriendelijke Waal Marcel Dupont en de Italiaanse ronderenner Giordano Cottur. Allen zijn inmiddels overleden.

Joris van den Bergh

Sinds de jaren dertig werd de Tour met landenploegen verreden. Omdat Nederland en Luxemburg in 1948 geen volledige ploeg op de been konden brengen, werden de renners bij elkaar gestopt in een ‘Nederlux’-formatie. Daarin reden zes landgenoten en vier Luxemburgers, waarvan Kirchen de bekendste was. De eminente sportjournalist Joris van den Bergh fungeerde als ploegleider.

Een jaar eerder waren de Nederlanders in de Tour nog gekoppeld aan de ‘Etrangers de France’, een bonte verzameling bij elkaar geraapte ‘Internationalen’. Maar ook deze keer was er geen sprake van een homogene ploeg. Kirchen beklaagde zich al na de allereerste Touretappe. De Luxemburger voelde zich eenzaam tussen de Nederlanders, en van zijn landgenoten was alleen Willy Kemp een renner van enig niveau, schreef de ‘Leeuwarder Courant’.

Bovendien blonk Van de Bergh, ondanks zijn literaire kwaliteiten, niet bepaald uit als ploegleider, zoals blijkt uit ‘Wij waren allemaal goden’:

“Zelf besefte hij waarschijnlijk heel goed dat zijn kennis van het wielrennen op de weg onvoldoende was. Zo probeerde hij nooit iets als een strategie of een tactiek uit te stippelen, en liet de renners tijdens de koers volledig aan zichzelf over. Zijn chauffeur, de vijfvoudige wereldkampioen Piet Moeskops, de held van Van den Berghs meesterwerk ‘Te midden der kampioenen’, deed zijn best om de renners van de ploeg zoveel mogelijk te helpen, maar als sprinter wist hij evenmin veel van de wijze waarop een Tour gereden werd.”

En zo kon het gebeuren dat Jean Kirchen het allemaal zo’n beetje zelf uit moest zoeken. Na afloop van de twaalfde etappe vertelde hij in de ‘Leeuwarder Courant’ dat hij de steun van zijn ploeggenoten miste. En in de loodzware bergetappes bleef Van den Bergh achter zijn veel minder succesvolle landgenoten aanrijden, zonder zijn kopman Kirchen van etenszakjes te voorzien.

Na de beslissende Alpenritten was de Luxemburger opgeklommen tot de achtste plaats in het algemeen klassement. Maar zijn bevoorrading had hij in de cols met veel moeite links en rechts zelf bij elkaar moeten sprokkelen.

Sneeuwetappe

Een boze Kirchen dreigde vervolgens uit de Tour te stappen. Daarom werd hij voor de rest van de ronde ondergebracht bij een andere ploeg, de uitgedunde Belgische ‘B-Equipe’. Volgens Maso wist ploegleider Pol Vandervelde nog minder van wielrennen dan Joris van den Bergh. Deze Vandervelde was in het dagelijks leven namelijk uitbater van een café, ‘toevallig’ de stamkroeg van de voorzitter van de Belgische wielerbond.

Ondanks alle perikelen werd de Luxemburger zelfs nog vijfde in het eindklassement, bijna veertig minuten achter Gino Bartali. In de beroemde sneeuwetappe over de Galibier naar Aix-les-Bains, waarin Bartali de gele trui veroverde, eindigde Kirchen als zevende. Na zijn wielerloopbaan stopte hij radicaal met fietsen, al opende hij wel een rijwielzaak.

Datzelfde deed de Limburger Sjefke Janssen, net als Kirchen van 1919. Ook hij reed de Tour van 1948 uit, op de zesendertigste plaats. Sjefke Janssen behoort tot de laatste overlevenden van deze ronde. Afgelopen week overleed dus Jean Kirchen. Hij werd negentig jaar oud.

Subside Sports - Grootste aanbod voetbalshirts

Reacties

Fred van Slogteren: Ik ben overtuigd.
geplaatst op: 5-12-2010 16:07:56u. | e-mail | website
Benjo Maso: Nicolas Frantz kwam pas in 1949 als ploegleider naar de Tour. In 1948 was het echt Joris van den Bergh. Dat weet ik niet alleen uit Nederlandse, maar ook uit Franse, Belgische en Italiaanse kranten. Bovendien heb ik er uitgebreid met Sjefke Janssen en Jean Kirchen zelf over gesproken.
Kirchen vertelde mij dat hij op jonge leeftijd zijn vader verloor en vanaf zijn veertiende in feite kostwinnaar en hoofd van het gezin was. Met wielrennen begon hij in de eerste plaats omdat hij met al zijn verplichtingen alleen op zijn fiets iets van vrijheid voelde. Omdat hij zes dagen per week werkte, kon hij zelfs als jongen alleen op zondag koersen. Trainen deed hij 's avonds. Het was vooral gevaarlijk omdat de wegen buiten de bebouwde kom maar zelden verlicht waren en er overal herten, hazen en wilde zwijnen overstaken. Maar hij heeft het tich gered.

Benjo Maso
geplaatst op: 5-12-2010 2:18:44u. | e-mail
AndrĂ© Stuyfersant: ...in het blad Sportief, nummer 29, jaargang 1948, staat een verslag over die bewuste Tour, van de hand van Joris van den Bergh. In dat verhaal noemt Van den Bergh zich 'chef d équipe van de Nederlands-Luxemburgse ploeg'.
geplaatst op: 4-12-2010 22:16:57u. | website
Fred van Slogteren: Volgens mij was de vooroorlogse Tourwinnaar Nicolas Frantz de ploegleider van de Luxemburgers en was dat de man die de strategie bepaalde. Van den Bergh was alleen present om de Nederlanders te begeleiden. Dat stond waarschijnlijk in geen enkele Nederlandse krant, net als in 1958 toen de Nederlandse pers maar bleef schrijven dat Klaas Buchli de ploegleider was van de Nelux-ploeg, terwijl dat toch echt de Luxemburgse oud-renner Sjeng Goldschmit was. Ik heb Jean Kirchen een jaar of wat geleden nog eens gebeld voor een bepaalde informatie. Een vriendelijke man, maar ons gesprek liep stuk op het taalprobleem. Niet te verstaan dat taaltje.
geplaatst op: 4-12-2010 14:24:02u. | e-mail | website
Plaats reactie *


*


Sportus.nl
Headliner.nl