Zoeken
Nieuwsbrief
Rubrieken
Anno en Sportgeschiedenis WK special (5)
Atletiek (326)
Auto- en motorsport (80)
Ballen (26)
Basketbal (49)
Boksen (138)
Bowls (2)
Cerilly en de Tour de France (2)
Cricket (19)
Darts (10)
De Klassieker (149)
De verjaardag van Bep van Klaveren (19)
Diversen (15)
EK dagboek (28)
EK voetbal 2008 (67)
Gegroet Beijing, hier Olympia! (15)
Gewichtheffen (12)
Golf (11)
Het ontstaan van de Spelen (38)
Het stadioncomplex (9)
Hockey (52)
Honk- en softbal (20)
Judo (35)
Karin in Peking (9)
Lacrosse (4)
Nederlands goud (116)
Nico Scheepmaker Beker (67)
Olympisch Stadion Amsterdam (517)
Olympisch vuur (76)
Olympische Spelen Algemeen (204)
Olympische Winterspelen (225)
Olympische Zomerspelen (795)
Op weg naar Peking (558)
Opmerkelijke sporten (16)
Overig (211)
Paardensport (42)
Persberichtmomenten (10)
Politiek (4)
Roeien (46)
Rugby (26)
Schaatsen (467)
Schermen (13)
Schietsport (10)
Snooker (22)
Sport (niet) in beeld (15)
Sport en politiek (458)
Sport in beeld (604)
Sportboeken (648)
Sportdocumentaires IDFA 2010 (10)
Sportdvd's (38)
Sportfilmfestival Den Bosch (21)
Sportjournalistiek (116)
Tennis (85)
Turnen (42)
Uncategorized (4)
Vergeten sporthelden (108)
Voetbal (2039)
Volleybal (17)
Werk (1)
Wielrennen (686)
Zeilen (24)
Zwemmen (117)
Subside Sports
KillerTees T-shirts
Voetbalkleding
Vakantie Griekenland
Voetbalshirts.com
Fotogeschenken
Druh Belts
Teamkleding
MEC Training
Aart Kok Vouwwagens
Combi-Camp Vouwwagens
Tuinhuisjes & paardenboxen
Multimediaal
Olympische stadions in de tijd, De Feyenoord sportquiz, Sportnieuws op de kaart, een tag cloud, en het Sportbeeld van de dag archief. Kijk verder »
Het monument voor de ‘Groote Prijs van Twenthe’ in Tubbergen
10-6-2011In het boek Overijssel. Plaatsen van herinnering staat een hoofdstuk over een monument in Tubbergen dat herinnert aan ‘Groote Prijs van Twenthe’. Op Sportgeschiedenis een voorpublicatie. Boek hier kopen. Eerdere voorpublicatie over het Dalfsen van Erben Wennemars hier.
.jpg)
Door Marcel Mentink
De jaren dertig: het motortoerisme bloeide vreemd genoeg als nooit tevoren, ondanks of juist vanwege de crisis. Men wilde er toch op uit. Vanuit Duitsland werden massaal goedkope, kleine motoren geïmporteerd. Overal vonden toertochten en sterritten plaats. En wie wil dan niet eens testen hoe snel die motor kan? Op diverse plaatsen in ons land werden wedstrijden georganiseerd.
In 1939 zag Jaap de Wit uit Zenderen, motorcoureur en –liefhebber in hart en nieren, de mogelijkheden van een wedstrijdcircuit in de buurt van Tubbergen. Het wegennet in de driehoek Tubbergen-Fleringen-Albergen kon in zijn ogen een prachtig circuit van bijna tien kilometer lengte opleveren. Ook in Twente waren destijds al diverse motorclubs actief met tientallen leden, die elkaar regelmatig ontmoetten bij behendigheidswedstrijden. De Wit streefde echter naar meer: hij wilde een Twentse TT.
Zijn plannen moesten enkele jaren in de ijskast. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bleef De Wit niets anders over dan zijn ideeën op papier verder uit te werken.
Ook in het eerste jaar na de bevrijding kon er nog altijd niet aan racen worden gedacht. De meeste motoren waren verdwenen en benzine was op de bon. Toch wist hij met een paar vrienden een paar motoren te regelen, en gevieren verkenden ze alvast de route op het later zo bekende circuit.
Het voorjaar van 1946 werd besteed aan het regelen van de benodigde vergunningen bij de verschillende instanties. De datum van het evenement stond echter al vast: de eerste race zou gehouden worden op Hemelvaartsdag, donderdag 30 mei. Dat kon helaas niet doorgaan, want het duurde tot begin juli van dat jaar voordat de overheid en de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) de vergunningen verstrekten. Maar het wachten ontmoedigde de mannen van het eerste uur niet: op zondag 21 juli 1946 richtten ze de stichting ‘Groote Prijs van Twenthe’ op. Zitting in het bestuur hadden naast Jaap de Wit onder anderen de heren Dollekamp en Winkel. Waarnemend burgemeester F.E. van den Berg stond in eerste instantie niet te juichen, maar hij werd steeds enthousiaster. Niet onbelangrijk, veel hing immers van zijn goede medewerking af.
Uiteindelijk werd de eerste race gereden op zaterdag 28 september 1946. Van heinde en verre trokken ’s ochtends de eerste motorliefhebbers richting het dorp. Uiteindelijk kwamen er zoveel mensen op de fiets, met de motor en de auto, dat de wegen verstopt raakten. Die middag zwaaide Piet Nortier, voorzitter van de KNMV, voor het eerst de vlag in Tubbergen op het 9230 meter lange circuit van de ‘Groote Prijs van Twenthe’.
Theo Bult scheert in 1971 langs de strobalen in Fleringen
De eerste bocht
De race van 1946 werd een groot succes. Ondanks alle onervarenheid van het bestuur en technische problemen zoals lekkende motoren kregen de ruim honderdtachtig Nederlandse renners en de in groten getale toegestroomde bezoekers een geweldig schouwspel geboden. De coureurs leverden felle gevechten, met name bij de Kroezeboom en de scherpe bocht bij Fleringen, waar ze weer rechtsaf richting Albergen gingen op weg naar de finish. Regelmatig vloog er een renner uit de bocht, maar ernstig waren die ongevallen gelukkig niet.
De grote winnaar was ongetwijfeld Piet Knijnenburg. Hij zette de snelste rondetijd neer: 4 minuten en 21,1 seconden. Dat betekende dat hij op zijn 500cc BMW een gemiddelde snelheid had gereden van ruim 127 kilometer per uur. Organisator Jaap de Wit, zoals gemeld ook actief als coureur, was minder gelukkig. Hij werd in de 125cc-klasse al in de tweede ronde uitgeschakeld door motorpech.
Het einde
In 1983 stopte de organisatie er voorgoed mee. Een jaar later probeerde een ander bestuur nog om de racerij op een ander circuit tussen Tubbergen en Geesteren nieuw leven in te blazen, maar zowel rijders als publiek bleken na afloop erg ontevreden. Zo kwam er na bijna veertig jaar een roemloos einde aan de motorraces om de ‘Groote Prijs van Twenthe’.
En zo is een monument in Tubbergen dus het enige dat hieraan herinnert.




