In de zomer van 1981 stuurde het Amsterdams Initiatief tegen fascisme, racisme en anti-semitisme een brief naar het Ajax-bestuur om te praten over de bestrijding van racisme op het voetbalveld. Het verschijnsel deed zich toen nog vooral in Engeland voor, maar in Nederland werd het ook al waargenomen met Ajax als voornaamste mikpunt.

Dat aan deze oproep weinig gehoor werd gegeven, bleek het jaar erop – nota bene in het weekend vóór 4 en 5 mei vol terugblikken op de Tweede Wereldoorlog. Supporters van FC Utrecht droegen toen een antisemitisch spandoek naar het stadion van Ajax, waarbij de politie niet ingreep. De agenten keken net even de andere kant op, wat burgemeester Polak van Amsterdam tot razernij dreef. Hij kondigde een onderzoek aan tegen deze officiële wegkijkerij.

Enkele maanden daarna gebeurde echter hetzelfde, ditmaal met Feyenoord-supporters met de tekst "Amsterdamse Joden, de eerste voetbaldoden". Opnieuw greep de politie niet in, behalve bij een Feyenoorder met openlijk een nazi-symbool op zijn shirt. Stanley Menzo – in 1982 nog derde keeper van Ajax – had veel last van dit racisme, zo zei Ruud Gullit in een interview.

KNVB kijkt weg

Het probleem zat diep in het Nederlandse voetbal. Burgemeester Van Thijn van Amsterdam kreeg bijvoorbeeld geen enkele steun toen hij in 1986 met harde maatregelen dreigde tegen Haagse voetbalsupporters. In augustus dat jaar hadden die zich misdragen tijdens een bezoek aan Amsterdam. "We gaan op jodenjacht!", schreeuwde de groep, wat buiten de voetbalwereld veel emoties losmaakte.

Onder de voetballers zelf heerste vooral ontkenning. De KNVB noemde het voorval "uiterst onplezierig" – het eufemisme van het jaar. Een woordvoerder van de Ajax-supporters snapte de commotie eigenlijk niet. De Haagse club noemde de reactie van Van Thijn "knap overdreven". Pas na enige tijd dreigde clubvoorzitter Dé Stoop met opstappen als de Haagse supporters nogmaals zulke gruwelijke teksten zouden aanheffen. Een jaar later erkende hij dat hij hiermee te laat was geweest. Het had FC Den Haag de sponsor gekost, omdat die het onprettig vond om in verband te worden gebracht met supporters op jodenjacht.

Ook Ajax zelf schreeuwde niet om een harde ingreep, integendeel. Penningmeester Bartels trok volgens de Leeuwarder Courant wit weg toen Van Thijn eiste dat geen Haagse supporters meer op Amsterdamse grondgebied mochten komen. "Als dat gebeurt, kan Aiax zijn uitwedstrijden ook wel vergeten", stamelde hij.

Een racistisch dieptepunt werd in 1992 bereikt toen Cees den Braven als voorzitter van SVV/Dordrecht ‘90 in het bijzijn van een journalist tekeer ging tegen "de zwarten bij de club", die volgens hem allemaal "drugsgebruikers en bajesklanten" waren. Nadat hij omstandig zijn excuses had aangeboden, liep ook deze affaire met een sisser af. Het maakte wel duidelijk dat niet alleen supporters het probleem zijn in de voetbalwereld.

Doe effe normaal!

Begin jaren 90 leek er eindelijk iets te veranderen. Ajax en Feyenoord voerden in die tijd geheim overleg om maatregelen te nemen tegen racisme in het stadion. Zoals het jaarverslag van Ajax van 1 juli 1991 meldde: "Eén van de bestuursbesluiten was het ontwikkelen van beleid om racisme onder de eigen supporters aan te pakken."

Een aantal supporters van Ajax en Feyenoord kwam in 1992 gezamenlijk in actie, onder wie Jaap Sluis, John Schoorl, Marcel Hoenderdos en Marcel Goedhart. Ze haalden geld op om een advertentie te plaatsen, waarin ze hun mede-supporters opriepen in actie te komen tegen racisme en discriminatie. ‘Doe effe normaal!’, sloten ze af. Kijk maar:

Er kwamen vooral goede reacties, aldus Sluis, inmiddels communicatiespecialist. "De beide voorzitters reageerden instemmend", zei hij in 1992. "Weet je overigens welke instantie absoluut niet heeft gereageerd? Precies, de KNVB!”

Deze actie is inmiddels bijna een kwart eeuw geleden en we zijn weer een incident met spreekkoren rijker. "Niks nieuws dus", twitterde Marcel Goedhart in 2016, inmiddels programmamaker voor onder meer Andere Tijden Sport. "Wel treurig."