In aanloop naar de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam probeerde basketbal een demonstratiesport te worden, in de hoop op meer internationale aandacht. Dat lukte toen nog niet, in tegenstelling tot korfbal.

Basketbal werd in die tijd in ons land per definitie met korfbal vergeleken, waarbij korfbal als Nederlandse creatie natuurlijk altijd aan het langste eind trok. Basketbal was volgens de vaderlandse pers leuk als training, maar meer ook niet. Korfbal was echt en puur. En Nederlands, dachten de lezers er als vanzelf dan bij.

Dat het twee compleet verschillende sporten waren, werd overigens in 1920 al duidelijk toen korfbal de status kreeg van olympische demonstratiesport. Er was even sprake van een ontmoeting tussen Nederlandse korfballers en Amerikaanse basketballers op die Spelen van Antwerpen, maar dat ging toch niet door. Een jaar later moesten de liefhebbers het doen met een lezing over basketbal en korfbal.

Toch werd er eind 1921 een wedstrijd gemeld met Nederlandse basketbalspelers. Dagblad De Grondwet schreef: ‘Een match van baskettball, die te Antwerpen gespeeld werd tusschen de Antwerpsche gemengde ploeg Scaldis en de Hollandsche gemengde ploeg Philips-Sport club van Eindhoven, is onder veel belangstelling door de Antwerpenaren met 2—1 gewonnen.’

Wat ze nou precies hebben uitgespookt in Antwerpen, is echter de vraag, want 2-1 is wel een hele merkwaardige uitslag. En een half jaar eerder hadden die twee clubs ook al tegen elkaar gespeeld, maar dat was gewoon een korfbalwedstrijd, ter ere van de internationale promotie. Het meest aannemelijk is dat De Grondwet zich vergiste als Nederlandstalige krant in de Verenigde Staten en simpelweg niet doorhad dat er in het thuisland een korfbalwedstrijd was gespeeld.

Gedurende de jaren 20 waren er wel verschillende demonstraties in ons land. Basketbal stond overigens niet alleen, want in diezelfde periode bereikten ook sporten als handbal, volleybal, badminton en midgetgolf ons land. In 1924 bijvoorbeeld werd er gebasketbald bij de Militaire Gymnastiek- en Sportschool in Utrecht. Vooral de AMJV, voluit de Amsterdamse Jonge Mannen Vereniging, was belangrijk voor al die sporten door aan de lopende band demonstraties te houden in hun onderkomen aan het Leidse Bosje.

In januari 1930 was daar in ieder geval de eerste basketbalwedstrijd als demonstratiesport, waaraan we de oudste Nederlandse actiefoto van deze sport hebben overgehouden (boven). In oktober dat jaar waren er internationale basketbalwedstrijden met een team van de Y.M.C.A. uit Londen en vijf eersteklassers uit de Nederlandse korfbalcompetitie. ‘Een pas loopen is geoorloofd,’ merkte sporttijdschrift De Corinthian op. ‘Solospel eveneens, doch dan is men verplicht den bal na elken pas te laten stuiten. De Hollanders werden door dit „dribbelen" herhaaldelijk verrast.’

De verslaggever had een leuke dag beleefd, alhoewel hij in basketbal nog geen onafhankelijke sport herkende: ‘Het is een aardig spel voor de toeschouwers, daar de strijd zeer levendig is en veel behendigheid van de spelers vereischt wordt. We gelooven zeker, dat men het meer en meer ook in ons land —evenals dat thans reeds alle Angelsaksische landen het geval is — zal gaan beoefenen en als wintertraining voor athleten of als oefening om de spieren lenig te houden voor onze voetballers zou dit mannelijke spel zeer geschikt zijn.’

Deze terughoudendheid van de nationale sportpers was kenmerkend voor die tijd. Dat althans meende tijdschrift Sport in Beeld op 5 april 1932: ‘Waarom staan de sportredacteuren toch zoo huiverig ten opzichte van al het nieuwe, van al wat zich baan breekt van al wat ontluikt en ontbolstert? Waarom is men zoo sèc ten aanzien van honkbal en basketbal van pingpong en badminton? Is men bang dat de rubrieken nog uitgebreider worden dan thans? Huivert men voor het geld, dat men opnieuw zal moeten uitgeven? Of hebben de heeren geen zin meer om zich in een nieuwen tak van sport in te werken of om zich medewerkers te assumeeren, die den nieuwen tak van sport goed kunnen behandelen?’

Om toch aandacht te generen dook de nieuwe sport op de meest onverwachte plekken op, zo blijkt uit De Revue der Sporten van 20 april 1931: ‘De groote zaal van het Concertgebouw, die al heel wat gymnastiekuitvoeringen als afwisseling van Mengelberg's en Monteux' concerten heeft overleefd, was Zaterdagavond j.l. gereserveerd voor de afdeeling Lichamelijke Ontwikkeling van de A.M.V.J., die daarmee haar eerste openbare uitvoering gaf. De internationale basketballwedstrijd tusschen de A.M.V.J. en 'n vijftal Engelschen en Amerikanen vormde 'n pakkend slot; de Engelschen combineerden aanvankelijk zoo snel, dat het leek of ze tweemaal zoo talrijk waren als de A.M.V.J.'ers.’

In datzelfde jaar werd het bestaan gemeld van de basketbalclub van de AMJV, de eerste van ons land. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou deze sport in een groeispurt komen in ons land, mede door de komst van sporthallen en de oprichting van de basketbalbond op 15 juli 1947. Na een aanlooptijd van enkele tientallen jaren slaagde de basketballers er dan eindelijk in als serieuze sport te worden erkend in dit korfballand.