Geert Slot is woordvoerder van NOC*NSF. Hij vertelde in 2012 waarom zijn werkgever niet koninklijk is. “Het zou internationaal verwarring kunnen veroorzaken. Het buitenland zou kunnen denken dat NOC*NSF daarmee zijn organisatorische onafhankelijkheid inlevert. Nederland zou dan ook het enige olympische comité hebben met het koninklijke predicaat.”

Het is inderdaad zo dat organisaties als IOC en FIFA niet gecharmeerd zijn als de politiek zich bemoeit met de nationale sportorganisaties. Een koninklijke status zou wellicht kunnen worden uitgelegd als een indirecte bedreiging van de onafhankelijkheid.

In Het Algemeen Dagblad sprak Slot in 2012 ook al eens over dit onderwerp: “We zijn geen bond of vereniging, maar een beleidsorganisatie. Er is voor ons geen reden het predicaat aan te vragen. De vraag is wat je ermee wilt bereiken, wat wil je uitstralen?”

Niet dat er geen banden bestaan tussen de Nederlandse olympische beweging en het koningshuis - integendeel. Tenslotte is de koning erelid van het IOC, en eerder vervulde prins Bernhard ook al een belangrijke rol in de sport als voorzitter van de internationale ruiterfederatie. En al bij de allereerste vergadering van het NOC – die al vóór de officiële oprichting in 1912 was! – was prins Hendrik beschermheer. “Die band met het Koninklijk Huis blijft hopelijk altijd bestaan,” zei Slot in het AD. “Maar dat staat los van het voeren van het predicaat koninklijk.”