Joseph Hudson uit Birmingham was zijn hele leven gefascineerd door fluiten. In 1883 hoorde hij hoe een viool een vreemd en snerpend geluid produceerde terwijl die op de grond viel. Het viel Hudson meteen op dat dit geluid een groot bereik had en daarom probeerde hij dit te vangen in een fluit. Hij slaagde hierin inderdaad nog hetzelfde jaar, nog zonder erwt.

Deze innovatie was van groot belang voor de politie én het voetbal. Agenten hadden tot dan toe slechts de beschikking over ratels om hun collega’s te waarschuwen bij onraad. Dat waren zware en onhandige objecten en daarom werd er gezocht naar een goed alternatief. Er was zelfs al een prijsvraag uitgeschreven voor het beste idee, waarbij het geluid ook nog eens verder hoorbaar moest zijn dan van een ratel.

Hudson kwam met de perfecte oplossing, zo meldt het boekje Whistle Wizards, dat in bezit is van Ben van Maaren van website Refereeing Books. Hudson introduceerde de erwtloze fluit in 1883 bij de politie, die meteen 21.000 exemplaren bestelde. De koop was overigens bijna mislukt, aldus Van Maaren, omdat de politie niet meer wist waar Hudson ook alweer woonde.

Ook de voetbalwereld had baat bij de fluit, die in 1884 door Hudson werd voorzien van de Acme Thunderer, ruim 130 jaar later nog steeds de standaard onder de scheidsrechters. In de jaren vóór deze fluit toonde de scheids zijn gezag door het opsteken van zijn hand, met een stok, of door te zwaaien met een zakdoek.

De eerste voetbalwedstrijd ooit met een scheidsrechtersfluit was in 1884 tussen Nottingham Forest en Sheffield Norfolk. Aston Villa sloeg een eerste aanbod af van Hudson om de fluit te testen. Hudson ging daarna door met het ontwikkelen van fluiten en had zo in 1914 meer dan 200 verschillende soorten exemplaren vervaardigd.

Pas in de voetbalregels van 2016-2017 is voor de eerste keer expliciet vermeld dat de fluit een verplicht onderdeel is van de uitrusting van de scheidsrechter. In de jaren daarvoor was er slechts de eis dat de scheidsrechter een fluitsignaal moest geven bij het begin van de wedstrijd, bij elke aftrap na een doelpunt, bij het begin van de tweede helft, bij elke strafschop en eventueel de twee aftrappen in de verlenging.

Het was natuurlijk handig om hiervoor een fluit te hebben, maar het werd nergens expliciet vermeld. In theorie had een arbiter tot vorig seizoen dus ook een viool op de grond mogen gooien, want we weten nu dat dit hetzelfde geluid maakt als een scheidsrechtersfluit.