Het is precies 25 jaar geleden dat de Sovjet-Unie ophield te bestaan. Op 25 december 1991 werd de rode vlag op het Kremlin vervangen door de Russische. Het voormalige wereldrijk viel uiteen langs de grenzen van de vijftien deelrepublieken.

Er was zo geen behoefte meer aan het Olympisch Comité van de Sovjet-Unie, dat daarom op 12 maart 1992 werd opgeheven. Het was slechts een formele handeling, omdat de ontbinding van dit comité al in 1988 was begonnen. Nog voor het officiële einde van de Sovjet-Unie hadden twaalf deelrepublieken een eigen Olympisch Comité opgericht. De implosie van het centrale gezag in de Sovjet-Unie openbaarde zich als eerste in het Olympisch Comité.

Kampioenen en kernbommen

Het Olympisch Comité van de Sovjet-Unie is van 1951 en werd nog in hetzelfde jaar door het IOC erkend. In 1952 deed het land voor de eerste keer mee aan de Olympische Spelen. De Koude Oorlog had de olympische beweging bereikt, want ook op dit podium wilde de Sovjet-Unie excelleren met méér medailles dan aartsvijand Verenigde Staten. Tijdens de 1 Mei-parades in Moskou pronkte het regime zowel met kampioenen als kernbommen.

De vijftien deelstaten van de Sovjet-Unie waren bij dit centrale comité aangesloten, over het algemeen niet vrijwillig. De Baltische staten bijvoorbeeld waren voor de Tweede Wereldoorlog zelfstandig bij het IOC aangesloten, maar daar kwam na de Russische annexatie van 1940 een einde aan. Om een voorbeeld te stellen werden de twee IOC-leden uit Estland, Friedrich Akel en Joakim Puhk, doodgeschoten.

Die deelrepublieken waren voor de Sovjet-Unie van doorslaggevend belang op de Olympische Spelen. Op de Zomerspelen van 1988 bijvoorbeeld won dit land veruit de meeste gouden medailles. Het waren er 55 in totaal, maar daarvan waren er maar liefst negentien voor sporters uit Oekraïne.

Zónder Oekraïne was de Sovjet-Unie op de derde plaats van de medaillespiegel geëindigd, achter de DDR en de Verenigde Staten. ‘De officiële Sovjet-Russische sportwereld heeft zich in het verleden altijd sterk tegen regionale ontwikkelingen verzet,’ schreef De Telegraaf daarom eind 1989. Voor Moskou zou de afscheiding van de Oekraïense sport zowel een sportief als politiek probleem zijn geweest.

Iedereen liep weg

De Spelen van 1988 waren de laatste met de Sovjet-Unie, want vier jaar later bestond dit land niet meer. In die korte periode was het centrale gezag van Moskou verdwenen, als eerste binnen het Olympisch Comité. Toen het land op 25 december 1991 ophield te bestaan, hadden bijna alle deelrepublieken al een eigen olympisch comité opgericht. Kijk maar naar de tijdlijn met oprichtingsdata van alle comités:

Letland: 17 september 1988
Litouwen: 10 oktober 1988
Estland: 14 januari 1989
Georgië: 6 oktober 1989
Kazachstan: 3 februari 1990
Turkmenistan: 20 april 1990
Armenië: 24 oktober 1990
Oekraïne: 22 december 1990
Moldavië: 29 januari 1991
Kirgizië: 15 februari 1991
Wit-Rusland: 22 maart 1991
Rusland: 20 december 1991
EINDE SOVJET-UNIE 25 DECEMBER 1991
Azerbeidzjan: 14 januari 1992
Oezbekistan: 21 januari 1992
Tadzjikistan: 29 mei 1992

De Baltische staten hadden als eerste de deur achter zich dichtgetrokken, omdat zij tot 1940 al functionerende Olympische Comités hadden gekend. Na bijna een halve eeuw wilden zij weer onder eigen vlag naar de Olympische Spelen, als uitdrukking van hun herwonnen onafhankelijkheid. De andere deelrepublieken volgden snel.

Vanzelfsprekend wilden al die comités officiële erkenning van het IOC. In plaats van alleen de Sovjet-Unie schreeuwden er opeens vijftien olympisch comités om aandacht. Het ineenstorten van de Sovjet-Unie had zo een directe impact op de organisatiestructuur van het IOC, wat enkele jaren later opnieuw gebeurde door het uiteenvallen van Joegoslavië.

Juan Antonio Samaranch werd er in 1992 door overvallen: "Toen ik in 1980 in Moskou tot voorzitter van het IOC werd gekozen, waren er 155 nationale Olympische Comités. Nu zijn er 172 en in enkele weken worden het er 180.” Hij overwoog een ledenstop tot het jaar 2000, maar dat is niet gelukt. In 1988 deden er 159 landen mee aan de Zomerspelen en in 1996 maar liefst 197.