Het lustrumjaar van Amsterdam, voluit De Amsterdamsche Hockey en Bandy Club (AH&BC), begint vandaag met een bandywedstrijd op het Museumplein. Bandy is het beste te begrijpen als ijshockey met een ronde bal. Nog korter: bandy is hockey op natuurijs.

Hockey begon namelijk als wintersport. De eerste wedstrijden in ons land waren in de winter van 1891, maar dan wel op ijs. Dat heet bandy, maar het probleem van deze sport is dat er natuurijs voor nodig is. Daarom verplaatste de sport zich al snel naar het veld en dat heet hockey.

Sportduo

De verhuizing naar land is vooral te danken aan C.A. Dudok de Wit en Antoon Abspoel. Zij hebben ervoor gezorgd dat precies 125 jaar geleden de oprichtingsvergadering van AH&BC werd belegd, waar ze benoemd werden tot voorzitter en secretaris-penningmeester. Het is daarmee niet alleen de oudste hockeyclub van Nederland, maar van het hele Europese vasteland.

Dudok de Wit en Abspoel vormden een heel bijzonder duo, bekend in de toenmalige sportwereld. Dudok de Wit organiseerde al in 1861 zijn eerste wedstrijden in zijn woonplaats Breukelen, waarna hij een halve eeuw betrokken bleef als organisator, deelnemer, jurylid of geldschieter. Hij verwierf daarmee de bijnaam Minister van Sport.

Hij werkte vooral samen met Abspoel, een telg uit een sportieve familie uit Utrecht. Vader Abspoel was gymleraar en legde anderhalve eeuw geleden de basis voor Tivoli, het huidige TivoliVredenburg. Zoon Abspoel vertrok naar Amsterdam en werd een bekende worstelaar en roeier.

Zijn adembenemede lichaam fascineerde zelfs de kunstwereld, want Abspoel fungeerde regelmatig als model op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten aan de Stadhouderskade. Zijn goddelijke tors had ook nadelen, schreef Jan Feith in 1932 in een terugblik. Abspoel kreeg de knoopjes van zijn blouse nooit dicht ‘omdat z'n overtollige biceps hem daarbij in den weg zaten’.

Tot aller genoegen

Op de oprichtingsvergadering werd nadrukkelijk over hockey op land gesproken, zoals AH&BC in 1932 zekerheidshalve vermeldde in haar jubileumboek. Daar werd tevens de afspraak gemaakt voor een wedstrijd op 7 februari 1892 op het terrein achter het Rijksmuseum. Veel meer weten we helaas niet, behalve dat er twaalf mensen meededen en dat het erg leuk was.

‘Tot aller genoegen werd geconstateerd, dat het hockey-spel ook op het land een hoogst aangenaam en ambitieus spel is,’ meldde tijdschrift Nederlandsche Sport. De AH&BC zou in die beginperiode drie keer per week onderlinge wedstrijden spelen: ‘Zondags ten 10 ure en Woensdags en Zaterdags ten 2 Ure’.

Het betekende nog niet dat hockey in 1892 zijn grote doorbraak beleefde – integendeel. Pas in 1895 kwam in Haarlem de tweede hockeyclub van het land, waarna het aantal clubs zich heel langzaam uitbreidde. In 1898 werd de hockeybond opgericht, waarbij Abspoel opnieuw een beslissende rol speelde. Hockey werd in ons land echt populair tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam waar het Nederlandse team de finale haalde.

‘Maar de bal was aan het rollen gebracht,’ aldus tijdschrift De Corinthian in 1930. ‘Letterlijk en figuurlijk! En de eer daarvan komt toe aan Amsterdam.’

Waarbij we Dudok de Wit en Abspoel niet mogen vergeten. Want dat hockey in 2017 inmiddels meer dan een kwart miljoen Nederlandse beoefenaars heeft, is mede te danken aan een man die te gespierd was voor het dragen van een blouse.