De Nederlandse honkballers doen mee aan de World Baseball Classic, het officieuze WK honkbal. De basisregels van deze sport zijn al bijna 200 jaar bekend in Nederland, zo toont sporthistoricus en taalkundige Jan Luitzen aan.

Loopbalspel

In 1822 verscheen het boek Kinderspelen voor alle jaargetijden, dat vanuit het Duits was vertaald. Hierin stonden onder meer de regels van het loopbalspel – nog geen honkbal of baseball. Twee teams met kaatsers, werpers en vangers gebruikten daarvoor een speelveld dat was afgebakend met vier paaltjes. Jan Luitzen vond dit boek via Google Books met daarin de oudste beschrijving van honkbal in het Nederlandse taalgebied.

‘De eerste partij,' opent het boek, 'die door het lot bepaald wordt, heeft bij uitsluiting, het regt om te kaatsen, totdat zij zulks door feilen verliest.’ De kaatser, in onze tijd de slagman, moest de bal van ‘de opgooijer’ slaan. Na het slaan van de bal moest de kaatser een ronde rennen waarbij de tegenstanders probeerden de bal te vangen of de kaatser te raken met de bal. Als de kaatser was uitgeschakeld, wisselden de teams van plaats. ‘De vrolijke knapen speelden dit spel met veel genoegen,’ zo stond in het boek van 1822, ‘en bewezen hunnen goeden leermeester de hartelijkste erkentelijkheid.’

Het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een oervorm van honkbal – de oudste die we uit het Nederlandse taalgebied kennen. Omdat de regels vanuit het Duits zijn vertaald is het aannemelijk dat het oerhonkbal in Duitsland nóg ouder is dan in ons land.

Scroll naar pagina 10 voor de regels van het loopbalspel

Engelsch balspel

In de decennia daarna heeft deze voorloper van het honkbal zich ontwikkeld in ons land, want in 1845 werden opnieuw de spelregels op papier gezet – in dit geval in het boek Jongens! Wat zal er gespeeld worden? Handboekje voor knapen bij hunne onderlinge oefeningen en spelen van G.T.N. Suringar. Net als in 1822 werd er nog niet gesproken over baseball of honkbal, maar over Engelsch balspel. We lopen de regels van toen eens langs.

‘In het bovengenoemde spel verdeelen zich de spelers in twee gelijke partijen, en het lot bepaalt, wie den voorrang hebben zal. Vier stenen of andere merken worden op eenen afstand van ongeveer 36 tot 60 voet van elkander gelegd, gelijk a, b, c, d en een vijfde merk wordt op e gelegd.’

In onze tijd noemen we dit:

  • a: Thuisplaat / slagman
  • b: Eerste honk
  • c: Tweede honk
  • d: Derde honk
  • e: De werpheuvel

Wat hierbij nog wel opvalt is dat de honken mét de klok mee gaan, waar tegenwoordig de loper tégen de klok inloopt. Sinds 1845 is hier dus ergens iets veranderd.

Terug naar 1845: ‘Van de partij, welke niet eerst speelt, plaatst zich een, die de struikroover genoemd wordt, bij e. Hij werpt den bal zacht naar a, waar zich een van de partij, die den voorrang heeft, heeft geplaatst.’

Kortom: de werper gooit, alhoewel de bal niet hard wordt aangegooid, zoals nu. Dat was in 1869 echter ook nog zo: 'De bal-opwerper, die tot de dienenden behoort, staat 5 á 6 schreden van den slaanden verwijderd, en werpt dezen bal in een flauwen boog toe.'

Terug naar 1845: ‘Deze [partij] tracht nu den bal, welken de struikroover naar hem werpt, met zijnen balstok te treffen. Mist hij den bal, of wordt dezelve door eenen der anderen, die allen verstrooid daarin het rond staan, gevangen, zoo treedt hij af, en wie op hem volgt, neemt zijne plaats in.’

Het grote verschil met onze tijd is dat de slagman hier maar één kans krijgt om de bal te slaan.

‘Treft hij daarentegen den bal, zoo werpt hij zijnen balstok uit de hand en loopt naar b, of wanneer hij kan, verder naar c, d. of zelfs wel van daar weder terug naar a.’

Het principe van de homerun werd in 1845 al beschreven.

‘Terwijl hij loopt, zoekt de struikroover of een ander van diens partij, die den bal gevonden heeft, hem te raken, en, als hij getroffen wordt, terwijl hij van a naar b, van b naar c, van c naar d of van daar naar a loopt, zoo treedt hij af.’

Een speler is uit als de tegenstander hem raakt met de bal. Er was nog niet vastgelegd dat de loper uit is als hij met de bal wordt aangetikt.

‘Bereikt hij daarentegen, zonder getroffen te worden, eens eene veilige plaats, bij voorbeeld, b of c, zoo tracht hij, als de bal wederom door den struikroover naar zijnen opvolger in a, die den balstok opgenomen heeft, is geworpen, naar de naaste of volgende plaats te loopen. Terwijl hij dit doet, loopt de bij a staande, die den balstok in handen heeft (want hij, die den bal mist, welken hem de struikroover toewerpt, en die alzoo aftreedt, moet den stok terstond aan een ander geven), nadat hij den bal getroffen heeft, naar b of, als hij kan, naar c, en een derde begint. Hebben zij alzoo allen eene beurt gehad, dan komt de tegenpartij in hunne plaats.’

De teams wisselen niet bij drie keer uit, maar nadat iedereen een keer aan de beurt is geweest. Over een puntentelling werd niets gezegd, maar in 1845 ging het duidelijk meer om het spel dan om de sport. Niet de winnaar was belangrijk, maar het samen spelen.

Base ball

Na 1845 ontwikkelde het Nederlandse honkbal zich verder, alhoewel het geen bekend verschijnsel leek te zijn. In 1869 werd er wel weer opnieuw over geschreven in het boek De spring in 't veld of vermakelijke gymnastiek en spel in de vrije lucht en in de speelkamer, benevens uitspanningen met licht en schaduw. Het was samengesteld door P. Beets en bevatte enkele passages over 'het balspel met vrijplaatsen', ook wel 'Base ball' genoemd. Het was de eerste keer in Nederland dat deze bezigheid base ball werd genoemd.

'Dit spel wordt in Engeland veel gespeeld,' schreef Beets. Dat deze spelregels in ruwe vorm al bijna vijftig jaar eerder in een Nederlands boek hadden gestaan, wist hij blijkbaar niet. Ook meldde Beets niet dat baseball toen in de Verenigde Staten ook al een bekende bezigheid was.

Er zit daarom weinig continuïteit tussen de spelregels van 1822 en het honkbal van nu. Het zal in de negentiende eeuw in kleine kring gespeeld zijn, vooral als jongensspel om in de twintigste eeuw als moderne sport terug te keren onder de naam honkbal of baseball. Dat neemt echter niet weg dat de spelregels van het huidige honkbal in ons land al bijna twee eeuwen bekend zijn – bijna honderd jaar langer dan we kort geleden nog dachten.