Het Internationaal Olympisch Comité onderzoekt de mogelijkheid voor een dubbelbesluit, waarbij komende september wordt bepaald waar zowel de Olympische Spelen van 2024 als die van 2028 zijn. Dat is fundamenteel anders dan de huidige procedure.

Om de twee jaar wijst het IOC een nieuwe gaststad voor de Olympische Spelen aan. In onze tijd gebeurt dat zeven jaar voordat dat evenement plaatsvindt, zodat het idee is dat we in september 2017 horen wie de organisator van de Zomerspelen van 2024 wordt. In 2019 bepaalt het IOC waar de Winterspelen van 2026 zullen zijn, enzovoort, enzovoort – mits deze procedure blijft bestaan.

De FIFA werkt op dezelfde manier met het WK voetbal, waarbij er zeven jaar tussen het aanwijzingsbesluit en het evenement zit. In 2010 deed de wereldvoetbalbond echter iets anders, door tegelijk het WK van 2018 en 2022 te vergeven aan respectievelijk Rusland en Qatar. Dit dubbelbesluit bleek het einde van Sepp Blatter als FIFA-voorzitter, zoals we hier al eens constateerden.

Het IOC overweegt nu dus om een dubbelbesluit te nemen voor 2024 en 2028, waarbij Parijs en Los Angeles worden aangewezen als de twee verschillende gastheren. Aanvankelijk waren ze in de race voor 2024, maar op het laatste moment lijkt de procedure te worden veranderd.

Dat is heel bijzonder, omdat het IOC pas één keer een dubbelbesluit heeft genomen rond de Zomerspelen. In 1921 werd zowel de organisator van de Spelen van 1924 (Parijs) als van 1928 (Amsterdam) bepaald. Op deze manier regelde baron Pierre de Coubertin dat hij afscheid kon nemen als IOC-voorzitter tijdens de Olympische Spelen in zijn eigen Parijs zonder zijn persoonlijke afspraak te schenden met de Nederlandse baron Van Tuyll van Serooskerken. In dit baronnenakkoord was vastgelegd dat de Spelen ook eens naar Amsterdam zouden komen, wat in 1928 dus daadwerkelijk gebeurde. Hiermee werd Los Angeles aan de kant gezet dat ook gastheer van 1928 wilde worden. Door het dubbelbesluit van 1921 moesten de Amerikanen wachten tot 1932.

Alles hetzelfde en toch niet

Opvallend is dat dit proces zich precies een eeuw later lijkt te herhalen. In 1921 ging het om de Spelen van 1924 en 1928; nu gaat het om de Spelen van 2024 en 2028. In 1921 speelden Parijs en Los Angeles een hoofdrol, samen met Amsterdam. Nu gaat het opnieuw om Parijs en Los Angeles. In 1921 werd er een dubbelbesluit genomen na een baronnenakkoord achter de schermen; nu wordt er achter de schermen aan een akkoord gewerkt door de sportbaronnen van onze tijd.

Tóch is er een verschil. In 1921 maakte het niemand uit welke besluiten het IOC nam over de Olympische Spelen. Wat het IOC wilde, moest het vooral zelf weten. In onze tijd is sport echter zo belangrijk geworden dat we het niet meer alleen aan de sport zelf willen overlaten.

Waar het dubbelbesluit van 1921 geruisloos passeerde zal een dubbelbesluit in 2017 juist inslaan als een bom en zorgen voor een nieuw heftig debat over de toekomst van de Olympische Spelen. Dat dit heel slecht kan aflopen voor het IOC zelf zien we al jaren bij de FIFA, niet geheel toevallig sinds die club overging tot het dubbelbesluit van 2010.