De Tour de France werd in 1903 voor de eerste keer gereden. In de jaren daarvoor waren er echter al avonturiers geweest die een fietsend rondje door Frankrijk maakten.

Zo stond op 4 juni 1895 in het Rotterdamsch Nieuwsblad: ‘De rijder Théodore Joyeux heeft den tour de France volbracht in 19 dagen. Daar de afstand is 5.500 kilometer, heeft hij gemiddeld per dag gereden 289 kilometer.’ Het is de oudste vermelding in een Nederlandse krant van een wielrijder – in die tijd bestond het woord fiets nog niet – die een tocht maakte door heel Frankrijk.

Jean-Théodore Joyeux werd op 19 november 1865 in Tonneins geboren. Hij volgde een opleiding tot kapper en had een zaak in Castillonnès. Later beheerde hij nog garages en cinemazalen. Maar het liefst reed de ‘gespierde Figaro op twee wielen’ monsterritten op de fiets.

Hij was geobsedeerd door de tweewieler, die hem vrijheid gaf en hem een ontsnapping bood aan de dagelijkse beslommeringen. Op 11 mei 1895, om zeven uur ’s ochtends, borg hij zijn schaar tijdelijk op, stapte hij in Parijs op zijn fiets en begon aan een tocht door Frankrijk. Bij de lokale politiebureaus liet hij zijn passages officieel afstempelen in een zelfgemaakt boekje. Ook maakte hij dagelijks aantekeningen van zijn avonturen op de fiets, die vervolgens werden gepubliceerd in de wielerkrant Le Cycle.

Monument voor Joyeux

Eind mei was Joyeux weer terug in Parijs. Hij had de tocht in negentien aaneengesloten dagen afgelegd. Een rustdag was er dus niet bij. De jonge kapper werd zo de eerste die een Tour de France reed – acht jaar vóór de eerste officiële editie van deze wielerronde. In zijn geboortedorp Tonneins staat daarom een groot stenen monument ter ere van hem.

Na het rijden van zijn Ronde van Frankrijk kon Joyeux maar geen genoeg krijgen van het afzien op de fiets. Zo reed de wielerpionier in april 1896 in minder dan 85 uur 1.146 kilometer van Calais naar Marseille. Een klein jaar later zou hij in een recordtijd van 33 uur 626 kilometer van Parijs naar Amsterdam fietsen. Volgens Het Nieuws van de Dag van 23 maart 1897 kwam Joyeux niet bijster vermoeid aan in Amsterdam en was hij ‘vol erkentelijkheid en lof over de Nederlandsche rijders die hem op zo’n tocht door ons land hadden vergezeld’. De meest fietsers hadden hem echter niet kunnen bijhouden, ‘zo’n flinken gang hield de recordman er voortdurend in’.

Klappen op het Frederiksplein

Maar helemaal vlekkeloos verliep de fietstocht niet. Zo schreef De Telegraaf: ‘Op het Fredriksplein kreeg Joyeux twist met een heer, dien hij per ongeluk aanreed. Er vielen wederzijds klappen en de groote wielrijder werd naar het politiebureau geleid; na opgave van naam enz. kon hij weldra den tocht, zoo op 't laatste oogenblik onderbroken, voleindigen.’ De verslaggever van de krant had zich echter vergist, zo blijkt uit een rectificatie: ‘Wij hebben in onze editie van hedenmorgen abusievelijk den rijder Joyeux door de politie laten oppakken, bedoeld werd zijn collega Willaume.’

Het eerste wat de nog frisse Joyeux deed toen hij in Amsterdam aankwam, was het bezoeken van een zogenaamde ‘Rijwieltentoonstelling’ in de Militiezaal op het Singel. Het was enorm druk en de bezoekers vergaapten zich massaal aan de stoere Franse wielrijder.

Joyeux zou hierna nog enkele jaren blijven fietsen, maar uiteindelijk nam hij toch weer full time de schaar en scheerkwast ter hand. De barbier van Castillonnès overleed op 27 december 1938 in de buurt van Parijs.