Het verbreken van internationale contacten is aanzienlijk makkelijker dan het herstel hiervan. Dat blijkt wel als we terugkijken op de voetbalcontacten tussen Nederland en Duitsland, zowel na de Eerste als de Tweede Wereldoorlog.

Duitsland werd in beide gevallen tijdelijk van grote sportevenementen geweerd. Zo duurde het tot 1923 voordat Oranje voor de eerste keer weer tegen de Duitsers streed om de bal, maar na de Tweede Wereldoorlog verstreek er maar liefst elf jaar voordat ons land hiertoe weer in staat was. Niet zo heel vreemd natuurlijk, want waar Nederland neutraal bleef in de Eerste Wereldoorlog bleef het in 1945 juist getraumatiseerd achter. Ons land wilde even niets te maken hebben met de oosterburen.

Dat proces verliep hier opvallend trager dan in andere landen. Op 22 november 1950 speelden de Duitsers bijvoorbeeld tegen Zwitserland hun eerste naoorlogse interland, waarna ze ook weer mee gingen doen aan kwalificatiewedstrijden voor het WK. Met succes, want in 1954 won Duitsland de wereldtitel!

De spreekwoordelijke kat

De internationale ban was er af, maar nog lang niet bij Nederland. Officieel bestond er tot 1950 geen eens officieel contact tussen de KNVB en de Duitse Voetbalbond – tot teleurstelling van de laatste overigens. ‘Niemand kan het ons kwalijk nemen dat we voorlopig de spreekwoordelijke kat uit de boom kijken,’ verklaarde het Limburgsch Dagblad op 19 november 1949 deze emoties. ‘Er is immers zoveel, dat moeilijk te vergeten is.'

Tegelijkertijd vroeg diezelfde krant zich af of die afkeer van het nieuwe Duitsland wel zo verstandig was: 'We zijn nog altijd een van de buurstaten van dit grote rijk, waar straks — dat staat zo vast als een paal — de sport tot zeer grote bloei zal komen. Een nauwer contact zal zeer zeker ook ons prestatiepeil ten goede komen.’

De eerste toenaderingen met Duitsland kwamen allemaal vanuit de grensstreek, want al vóór de oorlog was het daar de gewoonte om grensoverschrijdend te denken. Ze pakten daar gewoon de draad weer op, die in 1940 was doorgeknipt. Wat het herstel van de sportieve betrekkingen betreft, werd op dat lokale niveau veel voorbereidend werk verricht, waar de KNVB jaren later van profiteerde. Begin jaren 50 speelden zo provinciale elftallen uit Friesland, Groningen of Gelderland wedstrijden tegen Duitse teams als Oost-Friesland en Noord-Duitsland. In Veendam bijvoorbeeld was er in 1952 een sportweek waaraan de voetbalclub Germania uit Leer meedeed.

In 1953 werden deze contacten serieus toen gesproken werd over twee semi-interlands: Noord Nederland - Noord Duitsland en West Duitsland - Oost Nederland (waarbij met West Duitsland dus het westen van West-Duitsland werd bedoeld).

Het Arnhemse Vitesse weigerde overigens principieel om hiervoor spelers te leveren, maar desondanks gingen beide wedstrijden gewoon door. Het toonde wel weer eens aan hoeveel gevoeligheden er nog waren met dit herstel van de sportieve betrekkingen.

Voordat Nederland en West-Duitsland een officiële interland konden spelen, moest er dus al veel voorbereidend werk worden getroffen. Deze jarenlange arbeid vond de bekroning op 14 maart 1956 in het Rhein-stadion in Dusseldorf. Dat Nederland toen ook nog eens won met 1-2 zorgde natuurlijk helemaal voor een groot feest, waarbij het extra leuk was dat West-Duitsland toen heersend wereldkampioen was.

Hoe dan ook: de Tweede Wereldoorlog was elf jaar na de Duitse capitulatie dan eindelijk ook voor Nederland voorbij. Voetbal is vrede.