Door Marnix Koolhaas en Jurryt van de Vooren

Wie de Elfstedentocht uitrijdt, krijgt na een paar weken per aangetekende post zijn kruisje toegestuurd. Voor elke Elfstedenrijder is dat altijd een opwindend moment.

Die zacht rammelende envelop met dat harde dingetje erin. Ongewild ervaar je opeens weer die momenten van afzien, bij Finkum, bij Vrouwbuurtstermolen, bij Birdaard, of waar dan ook in die laatste slopende kilometers waarin de enkels steeds elastischer werden en het gevecht tussen kop en lijf elke meter weer aangegaan moest worden. Maar de strijd, die opeens weer voelbaar door het lichaam siddert, heeft geloond! Het uit de envelop glijdend kleinood is de balsem van de herinnering. Bij een toegezonden Elfstedenkruisje zit altijd een begeleidende felicitatiebrief. Nou ja, altijd….?

Het Elfstedenkruisje dat op 3 januari 1948 – bijna een jaar na de barre tocht van 1947! - bij Joop Bosman in Breukelen en Klaas Schipper in Steenwijkerwold op de deurmat plofte, bevatte óók een begeleidende brief. Maar dit epistel was niet echt als felicitatie bedoeld.

'Mijnheer!' zo begon het schrijven aan het tweetal dat op 8 februari 1947 als eerste en tweede over de streep bij de Oldenhove was gegleden: 'Bij dezen doe ik U uw contrôlekaart en het kruisje van de afgelopen Elfstedentocht toekomen.'

Dat klonk nog redelijk neutraal. Maar daarna veranderde het door J.T.M. Hepkema, de zoon van de Elfstedenvoorzitter, opgestelde schrijven al snel van toon:

‘Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om U te zeggen, hetgeen ik reeds lang van plan was, n.l. dat Uw hoogst onsportieve houding, zowel tijdens als na de tocht, wijlen mijn Vader, die de oprichter der Elfsteden Vereniging was, ten zeerste bedroefd heeft. Het is ook hard om iets, waaraan men zich steeds met hart en ziel gegeven heeft, door de slechtheid van anderen zo in discrediet gebracht te zien worden. Verscheidene sportief-onberispelijke tochten zullen er gehouden moeten worden, voordat de smet, welke voornamelijk door het toedoen van U en Uw mederijder op de naam van de Elfstedentocht geworpen is, in de herinnering zal zijn vervaagd. (…)

Nogmaals wil ik herhalen, dat Gij door Uw hoogst onsportief gedrag aan de naam van onze Friese Elfstedentocht geen goed gedaan hebt. Tenzij Gij Uw sportieve opvattingen grondig herziet, dient Gij U in den vervolge verre te houden van de sport in het algemeen en van de Elfstedentocht in het bijzonder. Al moogt Gij nog uit tien Elfstedenwedstrijden als overwinnaar naar voren komen, nimmer zal de blaam van onsportiviteit, welke U geheel door eigen schuld op Uw naam geworpen hebt, daarvan volkomen verdwijnen.

Hoogachtend, J.T.M. Hepkema, Leeuwarden 3 januari 1948.’

Waar hadden Schipper en Bosman deze brief aan te danken? Het antwoord bevindt zich in de archiefdozen met de nummers 110 en 111 van het Elfstedenarchief. Archiefdozen die als zó explosief beschouwd worden dat ze zelfs zestig jaar na dato nog steeds gesloten waren. Dankzij Henk Kroes, tot voor kort de voorzitter van de Vereniging de Friesche Elf Steden, gingen deze dozen in 2007 heel even open. Het was voor De Avond van de Elfstedentocht, die op 25 februari 2007 werd uitgezonden.

De inhoud blijkt te bestaan uit honderden brieven waarmee rijders elkaar na afloop van de Elfstedentocht van 1947 beschuldigden van onsportief gedrag. “Was men er maar nooit aan begonnen”, zo verzuchtte Henk Kroes toen hij het onsmakelijkste Elfstedenarchief aller tijden onder ogen kreeg. “Na afloop van die loodzware tocht werden tientallen rijders ervan beschuldigd dat ze opgelegd hadden gereden (elkaar vastgehouden tijdens het rijden – wat voor wedstrijdrijders verboden is), of zelfs hele stukken per auto of brommer hadden afgelegd. Er is toen besloten om geen prijzen uit te rijken reiken voordat dat allemaal onderzocht was…..”

Met het besluit tot een onderzoek trok het Elfstedenbestuur van 1947 een beerput open waarvan de rottende dampen zelfs zestig jaar later nog opborrelen. Het openbare moddergooien, waar ook de pers zich maandenlang mee vermaakte, duurde bijna twee jaar.

Bij gebrek aan eigen controleurs langs het ijs was het bestuur volledig aangewezen op “verklikkers”. Die meldden zich zo kort na de oorlog, in de tijd dat de zuivering en bijzondere rechtsspraak nog in volle gang waren, in rotten van tien. Goed of fout: ook de Elfstedentocht raakte in 1947 volledig in de ban van de kernvraag waarmee het herrijzende vaderland zijn eigenwaarde wanhopig terugzocht.

Uiteindelijk leidde de Elfstedenzuivering van 1947 tot een lange lijst deklasseringen en diskwalificaties waar niemand nog een touw aan vast kon knopen. Naast Joop Bosman en Klaas Schipper werd ook de als derde aangekomen Jeen Nauta gedeklasseerd. De als vierde gefinishte Jaap Wijnia, die geweigerd had om welke verklaring dan ook te ondertekenen en zich bovendien had laten zuigen (Elfstedenterm waarmee bedoeld wordt het uit de wind rijden achter een hiervoor ingehuurde niet-wedstrijdrijder), werd met zijn broer Wierd zelfs volledig gediskwalificeerd. Bij de scheldbrief die de broers Wijnia ontvingen, zaten zelfs geen kruisjes. Het ontbreken daarvan rechtvaardigde Jaap Hepkema als volgt: ‘Uw overtreding, welke daarin bestond dat u practisch van Staveren tot Dokkum waar U maar kon opgelegd hebt gereden en zich hebt laten zuigen door niet-deelnemers, was weloverwogen voorbereid en derhalve ernstig laakbaar. Doch veel zwaarder reken ik U aan de grenzeloze brutaliteit, dat U – met de wetenschap dat U zwaar in overtreding was geweest- Uw fraude zo lang stijf en strak hebt ontkend, wellicht uit misplaatst gevoel van solidariteit, welke voor mijn gevoel niet onder doet voor die van dief en diefjesmaat, en dat U na Uw algehele diskwalificatie (welke op mijn voorstel geschiedde) door bravourige advertenties in diverse bladen de schijn van een hoge sportieve moraal hebt trachten te wekken.’

Jan van der Hoorn uit Ter Aar, vele maanden eerder als vijfde over de streep gekomen, kreeg ook een brief thuis. Zijn zuster Bora maakte hem open en ging direct op zoek naar haar broer die in de kassen aan het werk was. “Jan! Er is post voor je! Ze schrijven dat je de Elfstedentocht hebt gewonnen!”

Zeventig jaar later is Van der Hoorn overleden, 93 jaar oud.