Door Stijn Knuts en Pascal Delheye

Doorgedreven historisch onderzoek kan een kick geven. Zeker als je een citaat vindt dat decennia van historiografische verheerlijking van Karel van Wijnendaele als vader van de Ronde van Vlaanderen op de helling zet. Je graaft dieper en dieper. Je vindt meer en meer bevestiging voor je hypothese. Maar tegelijk rijzen ook de vragen. Heeft niemand dan ooit de moeite genomen om het tijdschrift Sportwereld systematisch door te nemen? Of werd Léon van den Haute bewust uit de annalen van de Ronde geschrapt? En zou Wouter Vandenhaute, de huidige eigenaar van de Ronde, misschien familie van hem zijn? Het gebeurt wel meer dat familienamen doorheen de tijd worden aaneengeschreven.

‘Léon van den Haute, ge hebt het recht van fier te zijn op uw werk, op uw werk als inrichter en leider der Ronde van Vlaanderen!’ Dat schrijft Karel van Wijnendaele op 12 maart 1921 in een artikel in Sportwereld waarin hij, enkele dagen vóór het vertrek van de vijfde editie van de Ronde van Vlaanderen, terugblikt op haar ontstaansgeschiedenis. Dat citaat doet de wenkbrauwen fronsen. Van Wijnendaele zelf wordt immers steevast als grondlegger van de Ronde van Vlaanderen geprezen. Recente publicaties illustreren dat ten overvloede. Maar wie was dan die Léon van den Haute? Welke rol speelde hij precies in de Rondegeschiedenis? En moeten we dan het belang van “Koarle” in vraag stellen?

Wie is Léon?

Léon – of Leo volgens zijn geboorteakte – van den Haute wordt op 9 oktober 1887 geboren in de Antwerpse gemeente Hemiksem, waar zijn vader notaris is. Die vindt dat zijn zoon een degelijke Franstalige opleiding moet krijgen en stuurt hem naar het Collège Saint-Michel in Etterbeek. Ook de toekomstige wielerjournalisten Marcel Dupuis en Paul Beving zitten trouwens in die periode op de schoolbanken van dat prestigieuze jezuïetencollege. Na zijn middelbare studies wordt Léon handelaar in boenwas en vernis, maar begint tegelijk ook mee te werken aan Brusselse sport- en wielerbladen als Le Vélo. Zijn talent wordt blijkbaar ook snel opgemerkt in het Vlaamse land, want in 1909 wordt hij de Brusselse correspondent van het in dat jaar opgerichte Izegemse weekblad Sportvriend. Op die redactie komt hij in contact met de al even jonge en talentvolle Karel van Wijnendaele.

In die periode groeit de publieke aandacht voor sport stelselmatig. Voor uitgevers wordt het dus interessant om er op in te zetten. Zo trekt een liberale krant als La Dernière Heure heel wat lezers met haar sportrubriek. Ook in katholieke kringen – die zich lang afkerig hadden opgesteld tegenover sportbeoefening – wordt sport meer en meer als een interessant medium gezien. Beter zelf meespelen dan aan de zijlijn te blijven toekijken, zo wordt gedacht. Zo beslist de katholieke Brusselse uitgeversgroep Patria in 1912 om een Nederlandstalige sportkrant in de markt te zetten. Léon van den Haute wordt de trekker van het project. Hij weet heel wat medewerkers van Sportvriend – inclusief Van Wijnendaele – voor zijn kar te spannen. Op 12 september 1912 verschijnt het eerste nummer. Sportwereld is geboren.

Van den Haute staat als bestuurder garant voor een gesmeerde organisatorische en financiële werking van Sportwereld. Van Wijnendaele profileert zich als het journalistieke brein van het blad en wordt al snel hoofdredacteur. Deze krachtige tandem jaagt Sportwereld vooruit. Van den Haute vindt in zijn krant meermaals lofzangen ter zijner glorie. Naar aanleiding van het feestbanket voor Tourwinnaar Philippe Thys in 1913 wordt hij bijvoorbeeld omschreven als “de ievervolle bestuurder van Sportwereld, die zoo’n groot aandeel reeds bijdroeg tot de opbeuring, aanmoediging en ondersteuning van ’t wielersport in ’t gansch het Vlaamsche land.”

Als ondernemer ziet Van den Haute steeds nieuwe opportuniteiten. De Eerste Wereldoorlog vertraagt zijn plannen, maar in 1919, enkele maanden na het heropstarten van Sportwereld, start hij ook met de publicatie van Sport-Revue, een geïllustreerd maandblad met grote aandacht voor de wielersport. Dat blad wordt in 1921 herdoopt tot Geïllustreerde Sportwereld en krijgt met Les Sports Illustrés ook een Franstalige tegenhanger.

Tussen 1918 en 1920 is hij bovendien bestuurder van Vélo-Sport, de opvolger van Le Vélo en eigendom van dezelfde katholieke uitgeversgroep als Sportwereld. Beide krantenredacties zetelen tussen 1912 en 1925 dan ook in dezelfde gebouwen in Sint-Jans-Molenbeek, eerst in de Beekstraat, daarna in de Werkplaatsenstraat. Bovendien neemt Van den Haute begin jaren 1920 ook de Société Anonyme Belge d’Imprimerie, de drukkerij van uitgeversgroep Patria, onder zijn hoede. De zaken gaan zo goed dat Van den Haute en Van Wijnendaele zich in 1925 kunnen uitkopen uit de groep. Zo worden ze de enige eigenaars van Sportwereld.

Ronde van Vlaanderen

N’ayant jamais fait de sport – oncques ne le vit sur vélo – il tient en main les destinées de milliers de sportsmen; Bruxellois, c’est-à-dire bâtardé linguistique, il a fait plus pour “sporter” en flamand que ne l’aurait fait le plus devoué des politiciens du nord de la Belgique.” Zo wordt in 1921 over Van den Haute geschreven in het Brusselse tijdschrift Les Sports Belges.

Van den Haute wordt zo niet alleen bejubeld in zijn eigen krant. In 1930 wordt hij zelfs door de Belgische Wielrijdersbond bestempeld als “l’animateur du cyclisme flamand”. Had Van den Haute zich dan ook buiten de uitgeverswereld verdienstelijk gemaakt in Vlaanderen? Zeker!

Zoals we al in de inleiding hebben aangegeven is het immers Karel van Wijnendaele zélf die Van den Haute eert als stichter van de Ronde van Vlaanderen. Ook in 1932, één jaar na Van den Hautes dood, brengt Van Wijnendaele in Sportwereld een eresaluut aan “den te vroeg gestorven maar nooit vergeten schepper: Léon van den Haute.”

En zoon Willem van Wijnendaele schrijft in 1933 over Van den Haute: “Uw naam is aan de Ronde verbonden, aan iedere stad of dorpke, aan iedere hoek of draai, beter en vaster dan de namen van de overwinnaars.” Zouden zij Van den Haute een groter aandeel in de organisatie van de Ronde hebben willen toewijzen dan hem werkelijk toekwam? Over de doden niets dan goeds?

Uit breder bronnenonderzoek blijkt dat het grote aandeel van Van den Haute in de oprichting en organisatie van de Ronde van Vlaanderen eigenlijk nergens wordt betwist. Zowel de algemene dagbladpers, de sportbladen als het bondsblad van de Belgische Wielrijdersbond getuigen daarvan. Anno 1913 vindt Van den Haute – aldus Sportwereld – dat Vlaanderen zijn eigen Parijs-Roubaix moet krijgen, de iconische Franse koers die ook in België aandachtig wordt gevolgd. Sportwereld lijkt hier echter maar de halve waarheid te vertellen. Een ‘ronde van Vlaanderen’ was als concept immers niet nieuw.

In 1908, 1909 en 1910 had de Oost-Vlaamse Wielrijdersvereniging al een “Omloop der Vlaanders” georganiseerd. In 1909 werd er trouwens samengewerkt met de West-Vlaamse Wielrijdersbond en met Sportvriend. Naast die wedstrijd voor beginnelingen, liefhebbers en toeristen werd er in 1908 ook een “Groote Prijs Alcyon – Ronde der Vlaanderen” georganiseerd voor beroepsrenners. Vlaanderen was een belangrijk wingewest voor de Franse fietsconstructeur Alcyon en een Ronde der Vlaanderen leek dus een mooi promotievehikel voor zijn producten. De Vlaamse uitvalsbasis van Alcyon bevond zich bovendien in Moorslede.

Verder onderzoek naar deze intrigerende periode is zeker noodzakelijk. Toch lijkt het nu al duidelijk dat Van den Haute – die in 1909 zelf medewerker van Sportvriend was geworden, maar drie jaar later met Sportwereld een concurrerend blad had opgestart – zich heeft laten inspireren door deze eerste initiatieven. Als bestuurder met ervaring in het organiseren van wedstrijden en met een neus voor zaken beseft ook hij dat een Vlaamse sportkrant en een Ronde van Vlaanderen elkaar kunnen promoten. Op 17 februari 1913 verschijnt de eerste aankondiging van de Ronde in Sportwereld. Van den Haute conceptualiseert en financiert niet alleen dit project, hij zet zich ook in voor de praktische organisatie ervan.

Die concrete organisatie heeft heel wat voeten in de aarde. Bovendien zijn niet alle steden en gemeenten wild enthousiast van zo een Ronde van Vlaanderen, zo leert ons Sportwereld van 21 mei 1913: “De wegwijzer zal ook eene lichte wijziging ondergaan; te Lokeren en te Oudenaarde is ons de doortocht der stad ontzegd; aan die twee steden zullen wij dan de koers neutraliseeren of eene kleine zwenking maken.” Van den Haute laat zich echter niet door negatieve reacties ontmoedigen, zet resoluut door en krijgt om die reden dan ook veel complimenten toebedeeld in Sportwereld: “Wat heeft de jongen er voor op loop geweest, gezweet, ontmoedigingen gehad, en ook stonden van genoegen, bij ’t welslagen der onderneming!”

Ook na de niet zo succesvolle eerste editie van de Ronde – handig gemaskeerd door enthousiaste artikelen in Sportwereld – werpt Van den Haute zich op als leider van de onderneming. Hij is het die – opnieuw volgens Sportwereld zelf – beslist om het jaar erop een tweede editie te laten plaatsvinden, ditmaal in maart, als opener van het Belgische wielerseizoen. Het is eveneens Van den Haute die in 1919, ondanks de moeilijke naoorlogse omstandigheden van slechte wegen en duur fietsmateriaal, doorzet en de wedstrijd opnieuw een kans geeft.

Na het succesvolle verloop van die eerste naoorlogse editie van 23 maart 1919, met een mooi deelnemersveld en Henri ‘Ritten’ Vanlerberghe als winnaar, wordt hem alle lof toegezwaaid in Sportwereld: “Want het is hij die heeft aangedurfd niettegenstaande de bijna onoverkomelijke moeilijke omstandigheden dit grootsch werk aan te durven en op touw te zetten.” Verderop in het artikel beschrijft “Julia” – het is nog onduidelijk wiens pseudoniem dit is – hoe hij Van den Haute aan het vertrek van de wedstrijd in Gent opmerkte: “de cigarette tusschen de lippen, hij jubelde in zijn binnenste, het was immers zijn werk, de Ronde, en was de bijval niet verzekerd?”

De Ronde tussen Van den Haute en Van Wijnendaele

Van den Haute was dus niet alleen de initiatiefnemer van de Ronde, maar ook de praktische organisator van dat “grootsch werk”. Waaruit dat concreet bestond, leert Sportwereld ons eveneens. Zo stond Van den Haute (en niet Van Wijnendaele) zeker sinds 1914 in voor de parcoursverkenning, meestal samen in de auto met Sportwereld-medewerker Albert “Berten” Carlier.

Ze controleerden de toestand van de wegen, hingen bewegwijzering op, maakten afspraken met lokale organisaties voor het inrichten van controles, enzovoort. Al in 1921 wordt die één- of tweedaagse verkenningstocht een “oude traditie” genoemd. Pas in 1926 zien we Karel van Wijnendaele deze taak overnemen. Uiteraard was het ook Van den Haute zelf die aanvankelijk het startschot voor de wedstrijd gaf.