De eerste steen van het Olympisch Stadion werd gelegd op 18 mei 1927, toen de werkzaamheden al een jaar bezig waren. Dat waren echter de grondwerkzaamheden, zoals het heien van de palen, waarna de afwerking begon boven de grond.

Op de filmbeelden uit 1927 zien we de aankomst van Hendrik, samen met NOC-voorzitter baron Schimmelpenninck van der Oye. De prins ondertekende daarna een document, dat in een koker werd gestopt.

Die koker werd daarna in een holle ruimte achter de eerste steen gemetseld waar het tijdens de renovatie eind vorige eeuw is teruggevonden. Het perkament is te zien in het stadion - met de handtekeningen van de prins en de NOC-voorzitter erop.

In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 18 mei 128 stond een uitgebreid verslag van deze plechtigheid. Hieronder de tekst.

Prins Hendrik verricht de plechtigheid, na een rede van den voorzitter van het Nederlandsche Olympisch Comité.

Met de Vorstelijke familie heeft ook de zomer zijn intrede gedaan te Amsterdam en zoo waren hedenochtend de weersomstandigheden zeer geschikt voor de bescheiden, doch belangrijke ceremonie, die op de terreinen van het in aanbouw zijnd Olympisch Stadion gearrangeerd was

Tegen half elf verzamelden zich voor den hoofdingang van het eigenlijke stadion, daar waar ter rechterzijde de Marathon-toren en links het van Tuyllmonument verrijzen moet, een groot gezelschap dames en heeren, vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam, van het Nederlandsch Olympisch Comité, van de Maatschappij Het Nederlandsch Sportpark, militaire autoriteiten, vertegenwoordigers der pers en vele belangstellenden.

Van het stadsbestuur gaven behalve burgemeester de Vlugt ook wethouder ter Haar, wethouder Vos, en de gemeente secretaris Roovers, en nog enkele hoofdambtenaren van publieke Werken acte de présence. De Stadion Maatschappij was vertegenwoordigd door haar voorzitter, Jhr. de Beaufort en verschillende gedelegeerden, benevens den directeur, den heer J. v. d. Berg.

Aanwezig waren voorts de ondercommandant der Marine en de commandant van de stelling Amsterdam, benevens de leden van het Nederlandsch Olympisch Comité de heeren baron Schimmelpenninck van der Oye, Scharro, van Rossem, Maris, Warner, Coblijn, jhr. van Doorn, Hirschman en van Holkema. Alleen de heer Waller kon wegens verblijf in hét buitenland niet aanwezig zijn.

Vlaggen wapperden van alle hooge punten van den bouw, van het oude stadion en van menige woning aan den Amstelveenschen weg, toen Prins Hendrik, precies half elf op het terrein aankwam, waar hij door het dagelijksch bestuur van het Comité 1928 ontvangen en naar de plaats geleid werd, waar de steenlegging voorbereid was.

De voorzitter van het N.O.C., mr. A. baron Schimmelpenninck van der Oye heette daarop alle aanwezigen, in de eerste plaats Z.K.H. Prins Hendrik en vervolgens burgemeester de Vlugt en de andere autoriteiten hartelijk welkom en wees er op, dat men onwillekeurig opmerken zal, dat voor het leggen van den eersten steen te veel van de fantasie gevergd wordt, waar de bouw reeds zoover gevorderd is. Maar wat tot dusverre tot stand gebracht is — aldus de president van het N.O C. — moet toch beschouwd worden als de eigenlijke onderbouw en nu eerst neemt de afwerking van het groote werk een aanvang.

Bezien wij dit werk in verband met de gebeurtenis, welke er den stoot aan verleende, de a.s. Olympische Spelen, waarvoor Uwe Kon. Hoogheid het beschermheerschap hebt willen aanvaarden, dan moet geconstateerd worden, dat het voorbereidend werk voor de organisatie van dit wereldgebeuren gelijken tred houdt met den arbeid hier ter plaatse. Ook wij hebben de fundamenten stevig bevestigd, doch ook wij zitten nog middenin het werk, hetwelk wij met vereenigde krachten zullen volbrengen.

Dit stadion echter ontleent zijn toekomstige beteekenis niet uitsluitend aan het feit, dat het de kampplaats voor de spelen van de Negende Olympiade zal worden, doch hare beteekenis voor de lichamelijke opvoeding van ons volk gaat verder in verband met den invloed, die er van deze plek zal uitgaan op de ontwikkeling der sportbeoefening op de lichamelijke opvoeding van ons volk.

Dat dit werk nooit in dezen vorm opgezet had kunnen worden zonder den steun van de stad Amsterdam zij hier nogmaals dankbaar gememoreerd. Dat juist de eerste steen, die Uwe Koninklijke Hoogheid aanstonds aan den onderbouw toevoegen, zal het begin zijn van den bouw van den Marathontoren, wilde spreker als een mooi symbool zien. De Marathonloop bij de moderne spelen is een voortzetting van den Marathon der oudheid, waaraan een hooger ideaal ten grondslag heeft gelegen. De Marathonlooper was de brenger van de overwinningstijding, een overwinning, die slechts door de hoogste sportiviteit verkregen kon worden. In het volle vertrouwen, dat ook in dezen vluchtigen tijd plaats zal zijn voor hoogere idealen, die belichaamd zijn in de Olympische gedachte, hebben wij onze taak tot dusverre vervuld en wij kunnen ook bij deze eenvoudige plechtigheid slechts wenschen, dat in dit stadion die hoogere idealen steeds verwezenlijkt zullen worden.

Onwillekeurig zal Uwe Kon. Hoogheid en zullen allen, den blik bij het betreden der terreinen zijwaarts gericht hebben op het oude stadion, dat ook nog tijdens de Spelen zijn diensten verleenen zal, om dan echter heen te gaan. Het morituri te salutant is hier wel aangebracht. Niettemin zien wij met opgewektheid en met het volste vertrouwen in de bekwaamheden van bouwmeester en uitvoerder van dit werk de verdere afwerking van ons Olympisch Stadion tegemoet. Moge in dit stadion de sport in haar mooisten en besten vorm hoogtij vieren!

Baron Schimmelpenninck noodigde daarop den Prins uit tot de eerste steenlegging te willen overgaan. Z. K. H. stapte daarna op de met groen versierde plaats voor de Marathontoren toe, waar de groote marmeren steen reeds gereed gelegd was met het opschrift.

Deze steen werd gelegd door Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden op 18 Mei 1927. IVde jaar der VIII Olympiade.

Met duidelijke stem sprak Z. K. H. de volgende woorden: “Zeer gaarne wil ik als beschermheer der Olympische Spelen in 1928 hier te houden aan Uwe uitnoodiging gevolg geven en ik voeg er den wensch aan toe, dat dit stadion zal mogen voldoen aan alle eischen en bijdragen mag tot de verheffing van de internationale amateurssport.”

Vervolgens vond de onderteekening plaats van de oorkonde der steenlegging door Z. K. H. Prins Hendrik, burgemeester de Vlugt namens de gemeente, jhr. de Beaufort namens de Maatschappij het Nederlandsch Sportpark, baron Schimmelpenninck namens het Nederlandsch Olympisch Comité, benevens door den architect den heer Wils en den aannemer van het werk den heer Kruythof.

De op solied perkament geschreven oorkonde werd daarop door den architect Wils eigenhandig in een bus gepakt en in het onderstuk van den toren gemetseld, en daarna heeft de Prins de kalkschep ter hand genomen en zeer accuraat den eenvoudigen steen bevestigd.

Toen dit geschied was hief burgemeester de Vlugt een driewerf hoera aan waarmee alle aanwezigen, ook de op den rand der wielerbaan aanwezige arbeiders, krachtig instemden.

De eenvoudige plechtigheid was hiermede ten einde, waarop de Prins en verschillende der aanwezige autoriteiten het werk nader bezichtigd hebben.