Door Wim Zonneveld

Gebouwd op een Latijnse stam grex ‘kudde’, heeft gregario in het Italiaans allerlei afgeleide betekenissen, van soldaat met een lagere rang, tot politieke meeloper, tot gezelligheidsdier.

Al in september 1913 wordt in de Italiaanse krant La Stampa het woord gregario (meervoud: gregari) toegepast op de verhouding tussen helper en kopman in het wielrennen. De Fransman Emile Georget heeft in 1911 de monsterrit Parijs-Brest-Parijs over 1200 kilometer gewonnen en behoort tot de favorieten voor de 600 kilometer van Milaan-Bologna-Milaan; hij heeft helpers meegebracht: “I due francesi Tribouillard e Menager, i due gregari minori che aiutano in corsa il loro duce.” Ook nog eens duce ‘kopman’, waar kennen we het van? De wedstrijd eindigt in een bella vittoria van, wie anders, Constante Girardengo.

In de loop van de jaren twintig raakt gregario in Italiaanse wielerverslaggeving ingeburgerd. Op 9 juni 1921 meldt de krant de tweede etappeoverwinning in de Giro d’Italia van Luigi Annoni, l'ex-gregario di Girardengo. Maar, met de opkomst van Mussolini, il duce, is het ook steeds vaker een aanduiding van een nuttige functionaris in een fascistische organisatie. Volgens Daniele Marchesini in L’Italia der Giro d’Italia versterken die twee gebruiken elkaar.

Giro d’Italia, 29 mei 1940

De elfde etappe van de Giro van 29 mei 1940 is een van die iconische ritten in de wielersport. Firenze naar Modena over 184 kilometer, klimmen en dalen. Gino Bartali, capitano van de Legnano-ploeg, is al in de tweede etappe in een afdeling over een overstekende hond gevallen en heeft een scheur in zijn dijbeen opgelopen; zijn kans op succes is verkeken. Enrico Mollo heeft de leiding in de ronde als in die bergetappe de 20-jarige Fausto Coppi, gestart als Bartali’s talentvolle helper, toeslaat en alles en iedereen op 4 minuten en meer rijdt. Bartali neemt el compito di gregario (‘de taak van gregario’, La Stampa) op zich en Coppi brengt het roze naar Milaan, “el astro della nuova generazione” (‘de ster van de nieuwe generatie’). De oorlog brengt hij door in Noord-Afrika, voor een deel als krijgsgevangene.

Coppi en zijn gregari

Na de oorlog perfectioneert Fausto Coppi het gregario-systeem. Zijn helpers halen niet alleen water en eten, maar sleuren tempomakend op kop van het peloton, hebben altijd iemand mee in een ontsnapping, brengen de kopman terug bij een lekke band of na een plaspauze. Zorgen dat hij zo uitgerust mogelijk aan de belangrijke etappes begint, dat hij goed slaapt, in het beste hotelbed. En klagen niet, maar verdienen goed als het prijzengeld binnen de ploeg wordt verdeeld.

Met Coppi’s naoorlogse successen dringt het woord gregario ook door in de Nederlandse verslaggeving. Voorafgaand aan de Tour de France van 1951 overweegt De Tijd van 30 juni de stand van zaken in de Italiaanse ploeg, nu Gino Bartali “een jaartje ouder” is. “Geen meester? Dan maar knecht zei Bartali en ik sta geheel tot uw orders. Is het werkelijk waar, dat Bartali zich zal kunnen schikken in zijn rol van ‘gregario’, oftewel waterdrager?” Maar liefst drie verschillende woorden voor Bartali’s mogelijke rol bij elkaar: gregario, ‘knecht’ en ‘waterdrager’, dat laatste woord een vertaling uit het bloemrijke Italiaanse portatore d’acqua (het Frans heeft porteur d’eau).

De Italiaan Serafino Biagioni wint in die Tour de vijfde etappe naar Caen, Het Vrije Volk van 10 juli schrijft dat “deze waterdrager plotseling gele-truidrager was geworden”; en ploegleider Alfredo Binda “had hem de avond tevoren gemoedelijk op de schouder geklopt: ‘Goed gedaan, mijn jongen, maar denk er aan je blijft ondergeschikte, al zullen wij je natuurlijk zolang je de gele trui draagt en je dus 100.000 franc per dag in het laadje brengt met onderscheiding behandelen.”

Hugo Koblet wint de ronde, Bartali wordt vierde, Coppi tiende, meer kan hij niet opbrengen na het vroegtijdig overlijden van zijn ook wielrennende jongere broer Serse op 29 juni.

De Tour van 1952

Op 3 juli 1952 rijdt de Tour de France van Mulhouse naar Lausanne, 238 kilometer, de negende etappe. De Zwitser Walter Diggelmann wint de bergrit in eigen land. Een achtmans kopgroep, met de Nederlanders Nolten en Roks, heeft zo’n voorsprong dat Andrea ‘Sandrino’ Carrea, “il robusto gregario” (La Stampa) in de Bianchi-ploeg van Coppi, de gele trui pakt. Per ongeluk. Hij moet door de politie uit zijn hotel gehaald worden om de trui bij de finish te komen aantrekken. Hij biedt beteuterd Coppi zijn excuses aan voor deze onbedoelde afwijking van de natuurlijke gang van zaken, zijn capitano accepteert het gracieus. De volgende dag rijdt Carrea in de gele trui in de eerste beklimming van Alpe d’Huez ooit, maar Coppi herstelt de orde met een glorieuze ritzege.

Correa heet in de Nederlandse verslagen een ‘knecht’ of ‘waterdrager’. Maar in de 16de etappe, op 11 juli, over 200 kilometer van Perpignan naar Toulouse, is Wim van Est vooruit met de Italiaan Mario Baroni: “Baroni, die Van Est amper bij kon houden”, schrijft De Telegraaf van 12 juli, “maakte zich tijdens de vlucht toch ook nuttig. Hij speelde voor ‘gregario’, zoals de Italiaanse term luidt, anders gezegd, hij zorgde dat Van Est en hij voortdurend wat te drinken hadden.” Het helpt niet, ze worden achterhaald en de Belg Rosseel wint de sprint van de groep.

De eerste Nederlanders als gregario

Welke Nederlander is de eerste gregario? Dat duurt even. De Friesche Koerier van 21 juni 1963 schat de kansen in van Tour de France-debutant Jan Janssen als sprinter binnen de Franse Pelforth-ploeg; “In deze ploeg figureert ook Dick Enthoven (foto), die al eerder heeft bewezen een zeer verdienstelijke ‘gregario’ (waterdrager) te kunnen zijn.”

Jan boft. De Waarheid van 20 juli 1967 beschrijft een warme etappe van Pau naar Bordeaux, vijf dagen na de ramprit over de Mont Ventoux waarin Simpson overlijdt. “Het was voor de zoveelste dag in deze Tour ondragelijk heet en de ‘Gregario’s’ konden dan ook niet genoeg koel drinken voor hun meesters aanslepen. Een van hen was Jos van der Vleuten, die er met Huub Zilverberg voor zorgde dat Jan Janssen voldoende te drinken kreeg. Maar De Vleut was er ook bij toen na 31 km dertien renners de rust gingen verstoren. Ook Harings en Zilverberg gingen in deze vlucht mee, die door de aanwezigheid van Poulidor snel in de kiem werd gesmoord.” Systeem-Coppi, precies zoals het hoort. Maar Marino Basso, de vader-van, wint de sprint van een vijftienmans kopgroep.

De domestique

En dan is er ook nog: de domestique, de Franstalige versie van de gregario, de ‘huishoudelijke hulp’. In de etappe Mulhouse-Metz van de Tour van 1925 ontstaat verwarring door de vele lekke banden, en het Algemeen Handelsblad van 19 juli schrijft: “En ofschoon ook Bottecchia een lekken band kreeg, vond zijn kameraad en ‘domestique’ L. Buysse het niet noodig op hem te wachten.” Dat is niet de bedoeling natuurlijk, misschien was het even wennen.

De Nieuwe Venloosche Courant van 14 juli 1939 bespreekt hoe de favoriete Belgen zullen opereren in de aanstaande Tour: “Wie de leiders zijn? Officieel zijn hiervoor thans aangewezen Vissers, Vervaecke en S. Maes. Zij hebben ieder een équipe de domestique, een klein groepje landgenooten, die hun leiders onder alle omstandigheden zullen bijstaan. Zoo heeft Vervaecke Marcel Kint als adjudant en drie helpers, Storme, R. Maes en Neuville. Krijgt Vervaecke nu bandenpech, dan leent een van zijn helpers hem zijn wieltje, de adjudant rijdt inmiddels door om het peleton in de gaten te houden, Vervaecke snelt hem dan achteraan met het geleende wieltje met een van zijn drie helpers, die hem bij wijlen moet ‘trekken’, als het een harde dobber wordt het vluchtende peleton te achterhalen.”

Gregario, domestique, waterdrager, knecht - el compito, de klus, blijft hetzelfde. Je ziet het elke dag voor je.