Na de Tweede Wereldoorlog dreigde het Nederlandse honkbal bij gebrek aan materiaal ten onder te gaan. Knuppels waren in de Hongerwinter opgestookt en van leren vanghandschoenen waren schoenen gemaakt. De Amerikaanse bevrijders stuurden daarom in 1948 een ruime zending honkbalgoederen naar Nederland, in het kader van de Marshall-hulp.

Op 11 mei 1948 meldde de Nieuwe Leidsche Courant dat die zending was verstuurd vanuit de Verenigde Staten na een inzamelingsactie voorafgegaan onder leiding van een Amerikaanse fabrikant. Honkbalvereniging Neptunes en de nationale bond waren verantwoordelijk voor de verspreiding.

Deze actie werd daarmee “een practische poging tot internationale vriendschap”, aldus de Amerikanen. De Nederlandse ambassadeur in de VS en zijn Amerikaanse collega in Nederland hielpen hierbij een handje. En zo kon het honkbal in Nederland een serieuze herstart maken. Dat dit er mede voor heeft gezorgd dat ons land 65 jaar later een wereldmacht zou worden in deze sport had toen natuurlijk niemand kunnen voorzien.