De op 25 oktober 1892 in Salatiga (Nederlands-Indië) geboren Marinus Spillenaar Bilgen volgde de HBS in Den Haag, waarna hij scheikunde studeerde aan de TH in Delft. Hij was als student een fanatiek roeier. Spillenaar Bilgen was dan ook lid van de Delftsche Studenten Roeivereeniging Laga. In 1914 zou hij, samen met onder meer de latere collaborateur Meinoud Rost van Toningen, in de oude vier de Varsity winnen.

Weinig mensen weten van dit sportieve verleden van Rost van Tonningen, alhoewel David Barnouw hierover schreef in zijn biografie: ‘Hij stopte zeer veel tijd in het studentenleven en het raceroeien. Hoewel hij ook een bestuursfunctie had bij Odin, de Scherm-, Gymnastiek- en Athletiek-Vereeniging, ging zijn hart uit naar Laga, de Delftsche Studenten Roeivereeniging. Hij wist het tot president van deze vereniging te schoppen, maar een belangrijker wapenfeit was de overwinning van Laga bij de Varsity-roeiwedstrijden in 1914.’

Een jaar eerder had Rost van Tonningen trouwens ook al een zege geboekt in deze studentenroeirace. In het Algemeen Handelsblad stond op 13 mei 1913 een verslag van de wedstrijden ‘in het stedeke Delft’. Bij de jonge acht werd gestreden door Laga en Njord. ‘Het was een aardige strijd. De eerste helft der baan gaven de ploegen elkaar niets toe, liepen zij haast boord aan boord. Daarna echter liep Laga uit en won ten slotte met 3 lengten.’

Precies een eeuw geleden deelden Spillenaar Bilgen en Rost van Tonningen zo voor korte tijd hun leven. Na zijn afstuderen trad Spillenaar in dienst van papierfabriek Gelderland in Nijmegen. In 1921 werd hij uitgezonden naar Nederlands-Indië om de papierfabriek Padalarang op te zetten, waarover hij als administrateur de leiding kreeg. In 1929 keerde hij terug naar Nijmegen om daar directeur te worden van de Gelderland.

In deze hoedanigheid was Spillenaar Bilgen in de Tweede Wereldoorlog in staat om papier te leveren aan de illegale krant Ons Volk. Ook zamelde hij geld in voor de zogenaamde Zeemanspot, een verzetsorganisatie die financiële steun verleende aan families van zeevarenden die weigerden terug te keren naar de bezette gebieden om zich onder Duitse controle te plaatsen. Naar schatting bleven de meeste van de 18.000 zeelieden na mei 1940 weg uit Nederland. Spillenaar Bilgen was ook bij de verboden verdeling van de uitkeringen betrokken.

Waarschijnlijk was de levering van een partij van twee ton papier aan Ons Volk hem fataal geworden. Hij werd verraden (door wie precies is niet bekend) en op 7 augustus 1944 overgebracht naar de gevangenis in Arnhem. Daar heeft de Sicherheitspolizei hem verhoord.

Dankzij de medewerking van een vriendelijke bewaker kon hij enkele op glad toiletpapier geschreven briefjes naar buiten laten smokkelen en aan zijn familie doen toekomen. Deze briefjes zijn later door amateurhistorica Margot van Boldrik uitgetypt en tot dagboek samengebonden.

Vanuit de cel probeerde Spillenaar Bilgen nog via zijn oude roeimaatje Rost van Tonningen vrij te komen. Helaas bleek dit vergeefse moeite, alhoewel onduidelijk is gebleven of het verzoek om vrijlating ooit is aangekomen bij Rost van Tonningen. Hoe dan ook: Spillenaar Bilgen werd uiteindelijk overgebracht naar concentratiekamp Vught en op 4 september 1944 gefusilleerd.

Dit gruwelijke einde werd overigens pas na de bevrijding officieel bekend gemaakt bij de familie. Koningin Wilhelmina stuurde daarop een condoleance, persoonlijk ondertekend. Rost van Tonningen pleegde op 6 juni 1945 zelfmoord.