De internationale sport lag plat tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Olympische Spelen van 1916 bijvoorbeeld, die aan Berlijn waren toegewezen, werden afgelast. Het was niet de beste tijd voor sport en verbroedering.

Op 5 april 1914 speelde het Duitse voetbalelftal in Amsterdam tegen Oranje tijdens de opening van Het Stadion, het eerste nationale sportstadion van ons land. Het bleek later de laatste officiële wedstrijd van Duitsland te zijn voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

Via het Verdrag van Versailles na afloop van het conflict werden de verliezende landen buitensporig zwaar gestraft. Ook sportief werden deze landen uitgesloten en daarom duurde het negen jaar voordat Nederland en Duitsland weer tegen elkaar voetbalden.

Wim Addicks wordt van het scoren afgehouden door een Duitse verdediger. Links Do…

Terugkeer

Begin jaren 20 kreeg de terugkeer van de Duitse sporters op het internationale podium langzaam gestalte. Op de Olympische Spelen van 1924 in Parijs werden ze nog geweerd, maar op voetbalgebied had toen de eerste toenadering al plaatsgevonden. Zwitserland speelde namelijk al in 1920 als eerste voetballand weer tegen de Duitsers, tot woede overigens van de Fransen en de Belgen, die eisten dat die interland werd afgelast. België schrapte uit protest zelfs een geplande interland tegen Zwitserland.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant daarentegen was juist verheugd dat de Duitsers weer aansluiting vonden. In een terugblik op 1922 schreef de krant: ‘Wanneer de voortekenen niet bedriegen, zal het jaar 1923 weer vrede brengen voor verschillende sporten.’

Voor Nederland was het in ieder geval voldoende om het onderlinge voetbalcontact in volle omvang te herstellen. Daarom werd een interland afgesproken in mei op een nog nader te bepalen plaats in Duitsland. ‘Het verheugt ons,’ vond de NRC, ‘dat onze Duitsche sportvrienden aldus weer met de Hollandsche voetballers in contact zullen komen.’

Het Duitse binnentrio klaar voor de aftrap, die wordt verricht door een Duitse d…

De Duitse organisatie was alleen nog niet optimaal, want bij het vaststellen van een speelstad werd geen rekening gehouden met de bezoekende ploeg. De Duitse bond wees aanvankelijk Leipzig als speelstad aan, maar volgens de NRC was dat een dom besluit: ‘Op zijn zachtst uitgedrukt niet bijzonder vriendelijk, daar wij dan geheel onnoodig een lange en vermoeiende reis hadden moeten maken.’

De Duitse bond kwam daarna met Duisburg, maar dat lag in die tijd nog in bezet gebied!. De Nederlandse voetbalbond maakte daarom op 5 maart 1923 bekend: ‘Naar aanleiding van de mededeeling van den Duitschen Voetbal Bond, dat de wedstrijd Duitschland—Nederland op 10 Mei a.s. te Duisburg zal worden gespeeld, wordt besloten te antwoorden dat het bestuur het in verband met de tegenwoordige omstandigheden niet wenschelijk vindt deze wedstrijd vast te stellen in een plaats in het bezette gebied en derhalve verzocht wordt een andere plaats aan te wijzen.’

En zo werd Hamburg de speelstad, wat door de inwoners met groot gejuich werd ontvangen. Op het terrein van voetbalclub Victoria zouden de twee landen elkaar ontmoeten. ‘Reeds weken lang trekken de groote aanplakbiljetten de aandacht,’ meldde Het Nieuwsblad van het Noorden, ‘en de kaartenverkoop gaat reusachtig, zoodat reeds den eersten dag van de voorverkoop de groote tribune uitverkocht was.’

Nederlandse supporters hadden grote belangstelling om mee te reizen, waarbij ze profiteerden van de hyperinflatie in Duitsland. Het verblijf in Hamburg kostte daarom bijna niets, zodat er zo’n duizend Nederlanders op de tribune zaten. Ze hadden 10.000 Mark betaald voor een kaartje, wat bij ons ongeveer evenveel was als één gulden...

Onder de Duitsers in Hamburg zelf was de belangstelling overigens ook enorm. Op de filmbeelden hieronder zien we dat de toeschouwers nog net niet op het veld zaten. Voor de spelers was het bijna onmogelijk om een hoekschop te nemen of de bal in te gooien. Voor de journalisten was zelfs geen speciale plek geregeld, dus die mochten met het kladblok op de knie plaatsnemen op de overvolle tribunes. Vanzelfsprekend werd daarover uitgebreid gemopperd in de Nederlandse kranten, met daarbij de toevoeging dat wij veel beter dit soort wedstrijden konden organiseren.

De wedstrijd zelf viel uiteindelijk tegen en eindigde in 0-0. De Duitsers waren beter, maar konden de Nederlandse verdediging niet passeren. Hoe dan ook: het voetbalcontact was weer in ere hersteld.