De Amsterdamse rechtenstudent Han Bierenbroodspot zette in 1923 de zwembadwereld op zijn kop met het voorstel om zwembaden te financieren via een systeem van spaarkassen, beheerd door het rechtspersoon NV De Sportfondsen. Deelnemers moesten een bedrag storten om zo het benodigde geld te verzamelen voor de bouw van een nieuw bad – variërend van kleine maandelijkse bijdragen tot aanzienlijke sommen. Na drie jaar kreeg Bierenbroodspot steun van de Rijksverzekeringsbank, die als aanvulling een aanzienlijke lening verstrekte. Toen de gemeente besloot om hiervoor garant te staan kon het Sportfondsenbad Oost worden gebouwd. Bierenbroodspot kreeg zo na een jarenlange zoektocht eindelijk onderdak voor zijn waterpoloteam.

Van de 41 overdekte zwembaden vóór de Tweede Wereldoorlog werden er achttien gefinancierd via het idee van Bierenbroodsport. Dankzij deze Sportfondsenbaden democratiseerde de Nederlandse zwemsport, omdat zo veel meer mensen de mogelijkheid kregen gebruik te maken van een zwembad – iets wat daarvoor nog veel moeilijker en vooral veel duurder was.

Van Kasteel naar zwembad

Op 10 december 1928 schreef Het Rotterdamsch Nieuwsblad dat het initiatief van de rechtenstudent ook in die stad was aangeslagen. ‘Ongeveer 5 maanden geleden is de N.V. „Sportfondsen" in Rotterdam met haar spaarsysteem voor de oprichting en exploitatie van een „Sportfondsenbad" hier ter stede begonnen en in dien tijd is het reeds mogelijk geweest een kapitaal van ƒ30.000,- te formeeren. De opzet is dit kapitaal uit te breiden tot ƒ 100.000,- omdat de bouw van de overdekte aan den Stationssingel ongeveer ƒ500.000 zal kosten.’ De opdracht voor een schetsplan werd gegeven aan de architecten De Roos en Overeijnder, hetzelfde duo van Het Kasteel, het stadion van Sparta uit 1916.

Het duurde toen nog acht jaar voor de definitieve opdracht voor een Sportfondsenbad in Rotterdam-Noord, zo schreef De Gooi- en Eemlander op 29 januari 1936. ‘Behoudens goedkeuring door B. en W. is binnenkort een voorstel aan den gemeenteraad te verwachten tot de uitgifte van grond in erfpacht voor de stichting van een Sportfondsenbad te Rotterdam. Dit bad, dat als de plannen doorgaan, zal tot een der modernste inrichtingen worden. De zwemzaal zal des zomers in een open bad kunnen worden veranderd, doordat niet alleen het dak kan worden opengeschoven, maar tevens de zijwanden ongeveer 1 Meter boven de kleedkamertjes verwijderd kunnen worden.’ Dat schuivende dak zou het meest bijzondere deel worden van dit Rotterdamse bouwwerk.

Een aanwinst

In mei 1937 was de opening, die door Het Volksdagblad werd beschouwd als ‘een aanwinst voor de Maasstad’. Rotterdam verkeerde in die tijd in een soort van feestroes na jarenlange tegenslag door de economische crisis. Het geluk was eindelijk teruggekeerd in de stad, ook op sportief gebied. De Rotterdamse zwemsters Rie Mastenbroek en Willy den Ouden werden in 1936 olympisch kampioen in Berlijn; Feyenoord won dat jaar de landstitel; de eerste Zesdaagse was in 1936 een groot succes. Het jaar erop werd de Kuip geopend als grootste stadion van Nederland en kwam er een Sportfondsenbad. Burgemeester Droogleever Fortuyn nam op 2 december 1936 daarom een hoopvolle film op over de herlevende stad met een prominente rol voor de Kuip. “Laat eenieder, die het zich enigszins kan veroorloven, nu de werkzaamheden doen verrichten, waarmee hij van plan was te wachten tot betere tijden zouden aanbreken. Laat hij die het kan, nu in zijn bedrijf of huis zonder verder uitstel datgene aanschaffen wat hij nodig heeft.”

Niemand wist toen natuurlijk dat het centrum van Rotterdam vier jaar later getroffen zou worden door een bombardement. Integendeel, bij de opening van het Sportfondsenbad was iedereen optimistisch. ‘Wethouder Dijk sprak namens het gemeentebestuur,’ aldus Het Volksdagblad. ‘Na de tijd van depressie is de opening van dit bad een tot verheugenis en voldoening stemmende gebeurtenis. Spreker getuigde van zijn respect voor de volharding van de organisatoren die jaren hebben moeten werken om hun arbeid op voortreffelijke wijze bekroond te zien door dit prachtige gebouw.’

Restauratie

In de volksmond werd het bad bekend als het Van Maanenbad, sinds 2002 een monument. In de jaren 90 dreigde nog sloop, maar door acties van buurtbewoners en zwemliefhebbers, verenigd in De Vrienden Van Maanenbad, werd dit voorkomen. Bekendheden als Wilfried de Jong, Gerard Cox en Inge de Bruijn namen plaats in een Comité van Aanbeveling. En met succes, want Verlaan & Bouwstra architecten kregen in 2009 de opdracht het bad te restaureren. ‘Het plan omvat de restauratie van het overdekte deel van de zwemaccommodatie, het herschikken van de plattegronden en het grotendeels vernieuwen van de installaties.’

Het bleek alleen onmogelijk om de bijzondere dakconstructie te handhaven, maar voor de rest werd het originele ontwerp gevolgd. ‘Tijdens de ontmanteling zijn veel elementen van het interieur teruggevonden,’ meldde website De Architect in 2015, ‘zoals de natuurstenen beige vloertegels met terrazzo plinten en de wanden met betonemaille met daarboven stucwerk en gevlamde tegels bij de entree. Met kleurhistorisch onderzoek zijn de originele afwerkingen en kleurstellingen herleid. Tijdens de restauratie zijn deze materialen zoveel mogelijk behouden of hersteld.’ De ijzeren lantaarns voor de ingang staan er weer; de naam ‘Sportfondsenbad’ staat in vergulde ijzeren letters op de gevel.

Het eindresultaat wordt gewaardeerd, want na de opening werd het Van Maanenbad uitgeroepen tot beste nieuwe zwembad van Nederland. En dat is toch opmerkelijk voor een instelling van tachtig jaar oud.