Ik wil de Sportraad Amsterdam van harte feliciteren met de 65e verjaardag. Eigenlijk is dat pas op 3 juli, maar toch heb ik al een cadeau meegenomen.

Beter gezegd: ik ga jullie iets teruggeven uit jullie eigen geschiedenis. Dat klink alsof ik iemand een bos bloemen geef die ik gisteren nog uit zijn eigen tuin heb gejat. Ik heb alleen geen bloemen, maar een complete goudmijn.

Die goudmijn heb ik gevonden in het Stadsarchief toen ik op zoek was naar de Amsterdamse hockeygeschiedenis. Ik deed dat vanwege mijn boek over Amsterdam en hockey, dat binnenkort verschijnt vanwege het EK hockey in het Wagener stadion. Het is de opvolger van mijn boek vorig jaar over atletiek en Amsterdam. En volgend jaar komt er een deel over schaatsen, vanwege het WK allround in het Olympisch Stadion.

Ik heb weer heel veel onbekend materiaal gevonden. Ik weet nu wie de twaalf oerhockeyers zijn die in 1892 meededen aan de allereerste hockeywedstrijd ooit in ons land, gespeeld achter het Rijksmuseum. Ik heb nu het originele ontwerp uit de jaren 30 van het hockeystadion in het Amsterdamse Bos, samen met een amateurfilm uit 1938 waarop we die bouw kunnen zien.

Maar het mooiste komt uit het archief van de Sportraad Amsterdam, want jullie voorgangers begonnen in 1952 meteen met een enorm onderzoek onder 70.000 sporters in Amsterdam die allemaal vragen kregen over hun sport, hun sekse, waar ze woonden en welk inkomen ze hadden. Veruit de meeste mensen gaven antwoord, waarna die gegevens werden gebundeld in het fascinerende rapport De Amsterdamse Sportbevolking.

Het is het eerste sociale onderzoek naar sport in Nederland en misschien wel van de hele wereld!

Nog mooier is dat dit tien jaar later werd herhaald. Prachtig, want hierdoor zien we de historische groei van de sport in Amsterdam.

We zouden die onderzoeken kunnen zien als een heel verre voorloper van wat we nu Big Data noemen, maar dan nog met de hand bewerkt. Kortom: Big Data 0.0 en dat allemaal door de ambities van jullie voorgangers.

Ik geef snel wat conclusies uit de tientallen bladzijden vol informatie:

  • Voetbal was als vanzelfsprekend de grootste sport in de stad, met hengelsport op de tweede plaats en gymnastiek op de derde.
  • Er was een heel groot verband tussen de sociale status van een woonwijk en de beoefende sporten van de inwoners. Voetbal was populair in uitgesproken arbeiderswijken, vooral in Amsterdam-Noord. Kegelen en biljarten was iets voor kleine zelfstandigen. De topinkomens waren de bastions van hockey, tennis en roeien. Onder de vijfduizend sporters in Noord waren precies dertien hockeyers!
  • Zaalsporten als volleybal en basketbal – toen nog nieuw – werden alleen beoefend door mensen die vlakbij een sporthal woonden - ook nog nieuw.
  • Slechts één op de vier sporters was vrouw of meisje, ook onder jongeren. Als een vrouw was getrouwd was het wel meteen klaar met haar sportdeelname. Getrouwde vrouwen waren een uitzondering in de sport van de jaren 50. Zo ver reikte de invloed van Fanny Blankers-Koen als vliegende huisvrouw dus ook weer niet.

Het zijn maar enkele snelle opmerkingen uit de tientallen bladzijden vol statistieken, kaarten, cijfers en overzichten van de Amsterdamse sport van 65 jaar geleden. En dan is er dus nóg een onderzoek uit de jaren 60 met nóg meer gegevens. Ik weet nu bijvoorbeeld precies hoeveel leden Ajax toen had en waar ze woonden, net als van de rest van de Amsterdamse clubs in het voetbal, hockey, handbal, atletiek, korfbal en tennis. Van tienduizenden sporters uit de jaren 50 en 60 weet ik daarmee zo’n beetje waar ze woonden en uit welke sociale groep ze kwamen.

Deze Big Data 0.0 is daarom een goudmijn van de Amsterdamse sport en die wil ik jullie graag teruggeven. Ze komen binnenkort online op de website van het Stadsarchief Amsterdam.

Ook zullen we worden verwerkt in moderne visualisaties, zoals we in 2017 gewend zijn. Eind dit jaar verschijnt namelijk de Bosatlas van het Nederlandse voetbal, waar ik de research voor doe. De Amsterdamse sport van de jaren 50 en 60 krijgen hierin een speciale plaats, dankzij jullie voorgangers.

Naast mijn felicitaties daarom ook mijn dank aan jullie voorgangers. Ik beloof dat ik iets heel moois zal maken van de bloemen die ik uit jullie tuin heb gejat.

(Bijhorende foto heb ik ook gejat van de Sportraad Amsterdam)