In 1987 schreef De Telegraaf over de hockeyinterland Nederland – Australië voor de Champions Trophey, die werd bezocht door 10.000 toeschouwers. ‘Nog nimmer in de geschiedenis waren er zoveel mensen bij een hockeywedstrijd in ons land,’ aldus verslaggever Hans Woudstra. Dat klopt niet, want tijdens de Olympische Spelen van 1928 keek een veelvoud naar het Nederlands hockeyteam. En in 1937 waren er in datzelfde stadion nóg meer toeschouwers.

Op 26 mei 1928 was in Amsterdam de finale van het olympische hockeytoernooi, waarbij Nederland speelde tegen Brits-Indië. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden waren er 40.000 bijzonder luidruchtige toeschouwers - ‘een oorverdoovend geloei en gebrul’. Het is trouwens de vraag of het inderdaad om zoveel mensen ging, want eigenlijk wist niemand hoeveel mensen er in het nieuwe stadion pasten. Het zouden er ook 35.000 geweest kunnen zijn, of 31.600, zoals eind 1928 in Het Vaderland stond. Hoe dan ook: het waren er veel meer dan de 10.000 man van 1987.

Negen jaar later was het nóg drukker in het Olympisch Stadion tijdens de Olympische Dag van 20 juni 1937. Er werd onder meer een hockeywedstrijd gespeeld tussen AH&BC en de Rest van Nederland – overigens verkort tot twee maal twintig minuten. ‘Men kan van een spannenden en fraaien strijd verzekerd zijn,’ schreef De Telegraaf desondanks.

De hockeyers dienden als voorprogramma van een heel bijzondere wedstrijd van de beste voetballers van West-Europa en Centraal-Europa, spelend in gelegenheidsteams. ‘Een fantasie die werkelijkheid is geworden,’ volgens Het Vaderland. Vanuit heel Europa kwamen sportjournalisten naar Amsterdam, wat de sfeer van de Olympische Spelen van 1928 terugbracht. De Revue der Sporten: ‘Er werd meer in het Engelsch gediscussieerd, in het Duitsch getelefoneerd en in het Fransch gedebatteerd, terwijl een Italiaansch journalist de welluidende klanken van zijn moedertaal deed vermengen met het harde Tsjechisch van een Praagschen persbroeder.’

Voor deze voetbalwedstrijd werden veel toeschouwers verwacht, mede omdat de Nederlanders Bertus Caldenhove, Bep Bakhuys en Kick Smit waren ingedeeld bij West-Europa. Daar was ook ruimte voor, omdat die dag de tweede ring van het Olympisch Stadion in gebruik werd genomen. De capaciteit ging daarmee van 35.000 naar 60.000, waarmee het Amsterdamse stadion even groot werd als De Kuip in Rotterdam die drie maanden eerder was geopend.

Door de regen kwamen er uiteindelijk zo’n 50.000 toeschouwers. Alhoewel ze vooral voor voetbal kwamen zagen ze nog wel dat de Amsterdamse hockeyers met 2-0 verloren. De wedstrijd zelf was niet al te best, onder meer vanwege de korte duur. ‘Daardoor had het geheel meer het karakter van een demonstratie dan van een strijd,’ meende het tijdschrift De Hockey Sport. Desondanks was de Hockeybond zeer tevreden met deze bijdrage aan de Olympische Dag, al was het maar omdat nooit zoveel mensen een hockeywedstrijd op Nederlandse bodem hadden bezocht.

Inmiddels zijn we precies tachtig jaar verder en staat dit bezoekersrecord nog steeds. Een ding weten we zeker: op het EK hockey in het Wagener Stadion zal dit opnieuw niet worden verbroken, want daar is geen plaats voor 50.000 mensen.

Vanwege het EK hockey 2017 in Amsterdam heb ik een boek gemaakt over 125 jaar hockey in Amsterdam, in samenwerking met het Stadsarchief en de gemeente Amsterdam. Je kan het hier gratis downloaden.